De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen
Einde inhoudsopgave
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/6.2.2.2:6.2.2.2 Het verzoek van Winchfield bij Euronext
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/6.2.2.2
6.2.2.2 Het verzoek van Winchfield bij Euronext
Documentgegevens:
mr. E.J. Breukink, datum 15-04-2022
- Datum
15-04-2022
- Auteur
mr. E.J. Breukink
- JCDI
JCDI:ADS649822:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
P. 61 van de notulen van de algemene vergadering van Euronext NV d.d. 23 mei 2006.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Eveneens in 2006 verzoekt Winchfield, een aandeelhouder van Euronext, op grond van art. 2:114a BW (oud) Euronext om een discussie en een stemming te agenderen over het principe dat een fusie tussen Deutsche Börse en Euronext in het belang van alle aandeelhouders van Euronext is. Euronext agendeert dit ‘principe’ als volgt voor de algemene vergadering van 23 mei 2006:
“10. Agenda items requested by a shareholder*
a. A discussion on the principle that a merger between Deutsche Börse AG and Euronext is in the best interests of all the shareholders of Euronext
b. A shareholder vote on the principle that a merger between Deutsche Börse AG and Euronext is in the best interests of all shareholders of Euronext
*Inclusion of agenda item 10 was requested by Winchfield Holdings N.V. The Managing Board and the Supervisory Board unanimously recommend that shareholders vote against item 10b.”
De avond voor de dag van de algemene vergadering maken het bestuur en de rvc van Euronext via een persbericht bekend de voorkeur te geven aan een fusie met NYSE in plaats van met Deutsche Börse. Ter vergadering laat een aandeelhouder weten een stemming over het voorstel van Winchfield een slecht idee te vinden. Hij vraagt of het voorstel wellicht kan worden ingetrokken. De voorzitter vraagt of (een vertegenwoordiger van) Winchfield ter vergadering aanwezig is. Dat blijkt niet het geval te zijn.1 Daarop concludeert de voorzitter dat het voorstel niet kan worden ingetrokken.2 Mijns inziens is dit onjuist. In par. 2.4.3 schreef ik dat, tenzij in de statuten anders is bepaald, na de opening enkel nog de algemene vergadering bevoegd is een punt van de agenda te halen en dat elke vergadergerechtigde een voorstel tot intrekking van een punt kan doen. Ook zonder (de vertegenwoordiger van) Winchfield was intrekking dus mogelijk geweest. Het principe wordt met 59% van de stemmen verworpen.