Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/8.2.4.1.3.1
8.2.4.1.3.1 Finaal causaliteitscriterium
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291275:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 8 maart 2001, zaak C-415/98, BNB 2001/200, m.nt. Van Kesteren, r.o. 29 (Bakcsi), HvJ EU 16 februari 2012, zaak C-118/11, V-N 2012/17.18, r.o. 58 (Eon Aset Menidjmunt), HvJ EU 22 maart 2012, zaak C-153/11, V-N 2012/25.16, r.o. 40 (Klub) en HvJ EU 22 oktober 2015, zaak C-126/14, BNB 2016/135, m.nt. Swinkels, r.o. 19 en 21 (Sveda).
HvJ EG 8 februari 2007, zaak C-435/05, BNB 2007/308, m.nt. Van Zadelhoff, r.o. 33 (Investrand) en HvJ EU 21 februari 2013, zaak C-104/12, V-N 2013/17.18, r.o. 28 (Wolfram Becker).
HvJ EG 8 februari 2007, zaak C-435/05, BNB 2007/308, m.nt. Van Zadelhoff, r.o. 33 (Investrand) en HvJ EU 18 januari 2012, zaak C-26/12, V-N 2013/48.17, r.o. 26 (PPG).
HvJ EU 21 februari 2013, zaak C-104/12, V-N 2013/17.18, r.o. 30 en 31 (Wolfram Becker).
Zie hierover nader de inleiding van Ch. Huppert en B. Poortman in: Aristoteles, Ethica Nicomachea, Uitgeverij Damon 2019, p. 33-35. Zij wijzen erop dat het Griekse begrip ‘aitia’ onder invloed van de Latijnse vertaling (causa) in het Nederlands vaak wordt vertaald als ‘oorzaak’, maar dat dit woord beter vertaald kan worden met ‘de verantwoordelijke of verklarende factor’.
Anders: Redactie V-N, aantekening bij Hof Arnhem-Leeuwarden 7 april 2020, nr. 19/00765, V-N 2020/29.15.
Deze term ontleen ik aan: A.J. van Doesum en H.W.M. van Kesteren, ‘De onlosmakelijke samenhang tussen kosten en belastbare handelingen’, WFR 2012/6960, p. 889.
De term ‘investeringstoets’ ontleen ik aan: A.J. van Doesum en H.W.M. van Kesteren, ‘De onlosmakelijke samenhang tussen kosten en belastbare handelingen’, WFR 2012/6960, p. 888.
HvJ EG 26 mei 2005, zaak C-465/03, BNB 2005/313, m.nt. Van Hilten, r.o. 36 (Kretztechnik).
Voor het ontstaan van een recht op btw-aftrek is het naar het oordeel van het Hof van Justitie niet voldoende dat de goederen of diensten door een belastingplichtige zijn afgenomen. De belastingplichtige moet de goederen of diensten ook als belastingplichtige hebben afgenomen. Hiervan is sprake indien de belastingplichtige de goederen of diensten ten behoeve van zijn belastbare handelingen heeft verworven.1 Aan dit criterium wordt niet voldaan indien belastingplichtige de goederen of diensten ook zou hebben afgenomen indien de belastbare handelingen niet zouden zijn verricht.2 Een verwerving ten behoeve van belastbare handelingen veronderstelt derhalve dat de aanschaf van de goederen en diensten zijn oorzaak vindt in de (voorgenomen) belastbare handelingen.3 Het volstaat echter niet om vast te stellen dat er tussen de kosten en de belastbare handelingen een causaal verband bestaat (lees: de goederen of diensten zouden niet zijn niet afgenomen, indien de belastingplichtige de belastbare handelingen niet zou hebben verricht).4 De goederen of diensten moeten door de belastingplichtige zijn afgenomen ten behoeve van de belastbare handelingen. Hieruit leid ik af dat het Hof het (aan Aristoteles ontleende) criterium van de ‘finale causaliteit’ (causa finalis) hanteert.5 Ik acht het dan ook niet juist om finaliteit en causaliteit als twee nevenschikkende criteria te hanteren voor de ‘hoedanigheidstoets’.6 Het gaat niet om het doel (finaliteit7) óf de oorzaak (causaliteit), maar om de doeloorzaak (finale causaliteit). Het Sveda-arrest laat zien dat de verwerving van investeringsgoederen die bedoeld zijn om gratis te worden gebruikt door het publiek, naar het oordeel van het Hof van Justitie voldoet aan het finale causaliteitscriterium indien deze investeringsgoederen een middel zijn om aan dit publiek belastbare handelingen te verrichten. Aan deze ‘investeringstoets’8 is blijkens het Kretztechnik-arrest ook voldaan indien een belastingplichtige diensten heeft afgenomen voor de (onbelastbare) uitgifte van aandelen waarmee hij zijn economische activiteit – in de betreffende zaak: de verkoop van medische apparatuur – beoogt te versterken.9