De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/6.3.4:6.3.4 Wanneer is sprake van het doel overwegende zeggenschap te verwerven dan wel een openbaar bod te dwarsbomen?
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/6.3.4
6.3.4 Wanneer is sprake van het doel overwegende zeggenschap te verwerven dan wel een openbaar bod te dwarsbomen?
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS365114:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een belangrijke toepassingsvraag is wanneer kan worden gezegd dat partijen het doel hebben overwegende zeggenschap te verwerven danwel een aangekondigd openbaar bod te dwarsbomen. Als gezegd komt hierna aan de orde wat moet worden verstaan onder de verwerving van overwegende zeggenschap (hoofdstuk 7) en het dwarsbomen van een bod (hoofdstuk 8). De vraag wanneer partijen de intentie daartoe hebben is daarmee onlosmakelijk verbonden, maar heeft toch ook een eigen dimensie. Een voorbeeld is de vervanging van het gehele bestuur, een geval dat naar mijn mening tot controleverwerving leidt (§ 7.5.3). Wanneer kan worden gezegd dat partijen de intentie daartoe hebben, los van de meer praktische kwestie van het vaststellen van het doel van de samenwerking (§ 6.4)? Beogen partijen reeds overwegende zeggenschap wanneer zij de hiertoe strekkende afspraak maken of pas wanneer zij dit onderwerp agenderen met een beroep op art. 2:114a BW? Of nog later, wanneer zij het bestuur daadwerkelijk wegstemmen? Het antwoord is vooral van belang voor het bepalen van het exacte ontstaansmoment van de biedplicht (§ 13.3.2).