Forumkeuze in het Nederlandse internationaal privaatrecht
Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/5.5:5.5 Haags Forumkeuzeverdrag
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/5.5
5.5 Haags Forumkeuzeverdrag
Documentgegevens:
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS418034:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rapport Kessedjian, doc. prél. 7, par. 29.
Rapport Nygh/Pocar, doc. prél. 11, p. 37.
Ontwerp Rapport Dogauchi/Hartley, doc. prél. 26, p. 7, par. 10.
Ontwerp Rapport Dogauchi/Hartley, doc. prél. 26, p. 8.
Verslag van de vergadering van het `drailing committee' d.d. april 2005, p. 15.
Ontwerp Rapport Dogauchi/Hartley, doc. prél. 26, p. 8, noot 16 heeft de suggestie voor de huidige tekst gedaan en gewezen op het gevolg dat ik hier schets.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In één van de eerste toelichtende rapporten op een ontwerp Haags bevoegdheids- en executieverdrag, is het eerste dat de rapporteur opmerkt dat het verdrag slechts van toepassing zal zijn in internationale gevallen, maar dat een definitie niet wordt opgenomen.1Het oordeel wordt overgelaten aan de (geadieerde) rechter. Dit oorspronkelijke uitgangspunt is losgelaten in het ontwerp van oktober 1999. Art. 2 ontwerp Haags bevoegdheids- en executieverdrag bepaalt dat Titel H over bevoegdheid van toepassing is, tenzij alle partijen hun vaste verblijfplaats in één staat hebben. Voor forumkeuze maakt het ontwerp verdrag echter een uitzondering in de laatste situatie (een uitzondering op een uitzondering): art. 4 over forumkeuze is niettemin van toepassing, indien partijen de gerechten of een gerecht in een andere verdragsluitende staat hebben aangewezen (art. 2 sub a ontwerp Haags bevoegdheids- en executieverdrag). Uit deze bepaling volgt geenszins dat het ontwerp Haags bevoegdheids- en executieverdrag niet van toepassing is, indien een forum buiten de verdragsluitende staten is aangewezen.2 Bij een aanwijzing van gerechten of een gerecht van een niet verdragsluitende staat is eveneens voldaan aan het internationaliteitsvereiste. In ieder geval is duidelijk dat een internationaliteitsvereiste voor bevoegdheid krachtens een forumkeuze ex art. 4 ontwerp Haags bevoegdheids- en executieverdrag uitdrukkelijk is geregeld in lijn met eerdere Haagse verdragen over bevoegdheid.
Het is daarom niet verrassend dat art. 1 Haags Forumkeuzeverdrag voor het verdrag in het algemeen en Hfdst. 2 over bevoegdheid expliciet een internationaliteitsvereiste stelt. Art. 1 lid 1 Haags Forumkeuzeverdrag bepaalt uitdrukkelijk dat het verdrag slechts van toepassing is in internationale gevallen zonder dat duidelijk wordt wat daaronder wordt verstaan. Het ontwerp Rapport Dogauchi/Hartley volstaat met de opmerking dat het vaststellen van de internationaliteit 'a matter of some complexity' is.3 Dat is inderdaad geen gemakkelijke zaak (zie volgende paragraaf), maar in art. 1 lid 2 Haags Forumkeuzeverdrag vindt een invulling van het internationaliteitsvereiste plaats voor internationale bevoegdheid van een gerecht op grond van een forumkeuze.
Art. 1 lid 2 Haags Forumkeuzeverdrag biedt daarom meer houvast voor bepaling van het internationaliteitsvereiste:
`... a case is international unless the parties are resident in the same Contracting State and the relationship of the parties and all other elements relevant to the dispute, regardless of the location of the chosen court, are connected only with that State.'
In het concept van april 2004 was aan deze bepaling nog toegevoegd dat partijen hun vaste verblijfplaats moesten hebben in de verdragsluitende staat 'of the court seised'. Het Haags Forumkeuzeverdrag was daardoor van toepassing, indien één of meer van de partijen geen vaste verblijfplaats heeft in de staat van de geadieerde rechter of er een relevant aanknopingspunt met een andere staat aanwezig is anders dan de aanwijzing van een gerecht (de staat behoeft niet een verdragsluitende staat te zijn). Het Haags Formkeuzeverdrag liet een merkwaardige situatie ontstaan. De geadieerde rechter van een staat waarin partijen hun vaste verblijfplaats hebben en waarbij alle elementen met die staat zijn verbonden, toetste niet aan het Haags Forumkeuzeverdrag, maar het interne recht. Er is immers niet voldaan aan het internationaliteitsvereiste, tenzij het interne recht zou inhouden dat de enkele aanwijzing van een buitenlandse rechter de zaak internationaal doet zijn. Wijzen partijen een buitenlandse rechter aan, dan moesten alle buitenlandse rechters, zelfs indien gederogeerd, het Haags Forum-keuzeverdrag wel toepassen.4 Dat was een oplossing die kennelijk niet bevredigend was, omdat in het uiteindelijke verdrag de woorden 'of the court seised' zijn verdwenen.5Het gevolg daarvan is dat het Haags Forumkeuzeverdrag nooit van toepassing is — ongeacht waar de partijen de vordering aanhangig maken — indien partijen in één verdragsluitende staat hun woonplaats hebben en alle elementen met deze staat zijn verbonden.6
Wat ervan ook zij, het Haags Forumkeuzeverdrag stelt uitdrukkelijk als voorwaarde dat het slechts van toepassing is, indien is voldaan aan het internationaliteitsvereiste en voor bevoegdheid op grond van forumkeuze is dat ingevuld door art. 1 lid 2 Haags Forumkeuzeverdrag. Ik wijs op het gebruik van de tegenwoordige tijd Care resident'), hetgeen echter niet betekent dat de internationaliteit dient te worden vastgesteld ten tijde van het instellen van de vordering en niet het totstandkomen van de forumkeuze. In dit opzicht wijkt het Haags Forumkeuzeverdrag dus niet af van EEX-V°Nerdrag. Het toont tevens aan dat het stellen van een internationaliteitsvereiste voor bevoegdheid op grond van een uitdrukkelijke forumkeuze goed mogelijk is en ook in art. 23 EEX-V°/17 Verdrag had kunnen worden opgenomen.