Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/6.3.8.3:6.3.8.3 Beoordeling van enkele rechtstheoretische aspecten
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/6.3.8.3
6.3.8.3 Beoordeling van enkele rechtstheoretische aspecten
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS611468:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Inkomen uit werk en woning (box 1) - niet-winst
Onbekend (V)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Inkomstenbelasting / Winst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aangezien art. 6.3 Wet IB 2001 niet voorziet in de aftrekbaarheid voor afkoopsommen voor onderhoudsverplichtingen aan een ex-partner waarmee de belastingplichtige ongehuwd heeft samengewoond, en wel voor vergelijkbare betalingen aan de voormalige echtgenoot of geregistreerde partner, is uiteraard geen sprake van een regeling die neutraal is ten aanzien van de samenlevingsvorm.
Hoewel het verbondenheidsbegrip van art. 3.101, 6.3 en 6.4 Wet IB 2001 vrijwel alle soorten kinderen omvat, is het niet neutraal ten aanzien van de gekozen samenlevingsvorm. Dit hangt samen met de in hoofdstuk 5 beschreven bepaling van art. 1:3 lid 3 BW, op basis waarvan het aanverwantschap niet eindigt bij beëindiging van het huwelijk. Hierdoor blijven de bloedverwanten van de echtgenoot, zoals stiefkinderen, na een echtscheiding ook aanverwanten van de belastingplichtige. Na ontbinding van het huwelijk zijn betalingen van alimentatie aan een stiefkind daarom niet aftrekbaar bij de stiefouder, en niet belast bij het kind. Zoals in hoofdstuk 5 is beschreven, zou uit art. 1:3 lid 3 BW kunnen worden afgeleid dat het aanverwantschap wel stopt bij beëindiging van het geregistreerd partnerschap. Hierdoor is een stiefkind na de beëindiging van een geregistreerd partnerschap niet langer een aanverwant. Omdat in art. 3.101, 6.3 en 6.4 Wet IB 2001 wordt aangesloten bij aanverwantschap, zouden de alimentatiebetalingen aan een stiefkind in dat geval wel aftrekbaar zijn bij de stiefouder, en belastbaar bij het kind. Naar mijn mening is dit verschil in fiscale behandeling onbedoeld, maar ook ongewenst.
Overigens stemt de behandeling van kinderalimentatie van ex-geregistreerde partners wel overeen met die van onderhoudsverplichtingen ten opzichte van een kind van een partner met wie men ongehuwd heeft samengewoond. Na de ontbinding van de relatie zullen de samenwoners niet langer elkaars fiscale ‘partner’ zijn, zodat ook het fictief aanverwantschap van art. 1.2, lid 5 Wet IB 2001 zal eindigen. Hierdoor wordt een kind van de partner niet langer als een aanverwant beschouwd, zodat de onderhoudsbetalingen aftrekbaar zijn bij de betaler, en belast bij het kind.