Omzetting als rechtsvormwijziging
Einde inhoudsopgave
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/3.5.3:3.5.3 Gedeeltelijke omzetting; van stichting naar naamloze vennootschap
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/3.5.3
3.5.3 Gedeeltelijke omzetting; van stichting naar naamloze vennootschap
Documentgegevens:
Mr. B. Snijder-Kuipers, datum 20-01-2010
- Datum
20-01-2010
- Auteur
Mr. B. Snijder-Kuipers
- JCDI
JCDI:ADS501403:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De splitsende stichting wordt dan enig aandeelhouder van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (artikel 2:334b lid 4 BW).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Curieus vind ik het feit dat beperkte omzetting mogelijk was. Als een stichting gedeeltelijk op winst was gericht, was het mogelijk deze stichting voor dat gedeelte om te zetten in een naamloze vennootschap. Gedeeltelijke omzetting was niet mogelijk bij wijziging van een stichting in een vereniging.
De ontwikkeling van de rechtsfiguur 'omzetting' kan geïllustreerd worden aan de hand van de gehanteerde terminologie. Het gebruik van de term 'gedeeltelijke omzetting' toont dit aan. Vermogen is op te splitsen in delen, de vorm van een rechtspersoon niet. Bracht omzetting aanvankelijk vermogensverschuiving met zich, dan is het niet vreemd dat de rechtsfiguur 'gedeeltelijke omzetting' mogelijk was. In de huidige wettelijke regeling is gedeeltelijke omzetting niet denkbaar aangezien 'vorm' zich naar de aard niet leent voor fragmentatie. Wat destijds met beperkte omzetting werd bewerkstelligd, gedeeltelijk overgaan van vermogen, kan nu bewerkstelligd worden via juridische afsplitsing. Een stichting kan bijvoorbeeld een deel van het vermogen afsplitsen naar een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die ter gelegenheid van de afsplitsing wordt opgericht.1