Einde inhoudsopgave
Rechtsbescherming tegen bestuurshandelen (SteR nr. 2) 2011/II.2.3.2.3
2.3.2.3 Gedeputeerde staten en het college van burgemeester en wethouders
L.A. Kjellevold Hoegee, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
L.A. Kjellevold Hoegee
- JCDI
JCDI:ADS580778:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Art. 35 Provw
Art. 35a Provw. Uitzonderingen zijn mogelijk op grond van lid 2 van art. 35a Provw
Art. 35 en 37 Gemw.
Art. 36 lid 1 Gemw. Uitzonderingen zijn mogelijk op grond van artikel 36 lid 2 en 3 Gemw.
Art. 36b lid 1, onder l Gemw.
Art. 158 lid 1, onder b Provw en art. 160 lid 1, onder b Gemw.
Zie o.a. art. 158, lid 1, onder c t/m h en lid 2 Provw en art. 160 lid 1, onder c t/m h en lid 2 Gemw.
De Staatscommissie Elzinga was van oordeel dat de decentrale autonomie op dit punt maximaal moet zijn en een rechterlijke beoordeling over de gehele linie moest worden uitgesloten. Uitvoerig: Dölle/Elzinga en Engels 2004, p. 261 e.v.
Het dagelijkse bestuur in de provincie wordt volgens artikel 158 Provw gevoerd door gedeputeerde staten, een college bestaande uit de commissaris van de Koning en de gedeputeerden (artikel 34 Provw). De gedeputeerden worden voor een periode van vier jaar door de provinciale staten benoemd.1 Het aantal gedeputeerden bedraagt ten minste drie en ten hoogste zeven.2 Op gemeenteniveau is ingevolge artikel 169 lid 1 onder a Gemw het college van burgemeester en wethouders belast met het dagelijks bestuur. Het college bestaat uit de burgemeester alsmede uit door de raad benoemde wethouders (artikel 34 en 35 Gemw). De wethouders worden voor vier jaar benoemd.3 Het aantal wethouders bedraagt mimimaal twee en maximaal twintig procent van het aantal raadsleden.4 De combinatie van het raadlidmaatschap en het lidmaatschap van gedeputeerde staten, respectievelijk het wethouderschap is niet mogelijk.5 Dit vloeit voort uit de hiervoor besproken ‘dualisering’.
Gedeputeerde staten en het college van burgemeester en wethouders bereiden de besluiten van de vertegenwoordigende organen voor en voeren deze uit.6 Ook hebben zij op grond van de Provw, onderscheidenlijk de Gemw een aantal andere bevoegdheden.7 Zo zijn gedeputeerde staten, op grond van een in artikel 168 Provw vermelde provinciale verordening, belast met de behandeling van administratieve geschillen en heeft dat college op grond van artikel 173 Provw een ten opzichte van de gemeenten in hun provincie toezichthoudende functie. Daarnaast dragen talrijke wetten beide colleges taken en bevoegdheden in medebewind op. In dit verband zij opgemerkt dat zij ook – krachtens delegatie of op grond van medebewind – verordenende bevoegdheden kunnen uitoefenen.8
De bevoegdheden van de colleges komen formeel toe aan het college en niet aan de afzonderlijke leden. Alle beslissingen worden collegiaal genomen, bij meerderheid van stemmen.9 In de praktijk worden de bevoegdheden over de leden ‘verdeeld’, zodat feitelijk veel besluiten door een lid van het college worden genomen, met dien verstande dat het college het standpunt van de portefeuillehouder volgt. Overigens is ook mandaat mogelijk.10 Daarnaast bestaat de mogelijkheid bevoegdheden aan een commissie te delegeren.11
De colleges zijn verantwoording verschuldigd aan provinciale staten, respectievelijk de gemeenteraad en bij vertrouwensverlies kunnen een of meer gedeputeerden, onderscheidenlijk wethouders ontslagen worden.12 Hiermee hangt de inlichtingenplicht van de dagelijks besturen samen.13 Uit artikel 49 jo artikel 50 Provw en artikel 49 jo artikel 50 Gemw volgt dat tegen het ontslagbesluit geen beroep bij de bestuursrechter mogelijk is.14