V-N 2020/57.4
Geen kamerverhuurvrijstelling door ontbreken inschrijving in basisregistratie personen
HR 06-11-2020, ECLI:NL:HR:2020:1741, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 november 2020
- Magistraten
Koopman, Fierstra, Wortel, Beukers-van Dooren, Cools
- Zaaknummer
20/01752
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS239783:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Eigen woning
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Huurrecht / Huur van woonruimte
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:1741, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑11‑2020
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑11‑2020
ECLI:NL:PHR:2020:808, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 16‑09‑2020
- Wetingang
art. 3.113 en 3.114 Wet IB 2001
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat de inschrijvingseis niet slechts een bewijsfunctie heeft, maar een voorwaarde is voor toepassing van de kamerverhuurvrijstelling.
Samenvatting
X heeft een eigen woning en verhuurt een deel via Airbnb aan personen die in verband met werk of studie tijdelijk in Nederland verblijven. Voor driemaal een maand en eenmaal twee maanden ontvangt X in totaal € 1629. In geschil is of 70% hiervan is belast als voordelen uit het tijdelijk ter beschikking stellen van de eigen woning (art. 3.113 Wet IB 2001). Volgens Hof Den Haag zijn de inkomsten vrijgesteld vanwege de kamerverhuurvrijstelling ( ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.