Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/4.2.0
4.2.0 Introductie
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS436738:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Internationaal bezien wordt het forum conveniens als volgt gedefinieerd: [A] court taking jurisdiction on the ground that the local forum is the appropriate forum (or an appropriate forum) for trial or that the forum abroad is inappropriate.' Zie J.J. Fawcett, 'General Report', in: Fawcett (ed.) (1995), p. 6. In art. 3 sub c Rv komt tot uiting dat de Nederlandse rechter als `an appropriate forum' rechtsmacht heeft. Het tweede element uit de definitie, het buitenlandse forum is `inappropriate', komt niet terug in art. 3 sub c Rv maar wel in art. 9 sub b en sub c Rv, waarover hoofdstuk 5 handelt. Ook in andere landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk, is het forum conveniens in enige vorm geldend recht. Zie J.J. Fawcett, 'General Report', in: Fawcett (ed.) (1995), p 5-9.
Zie par. 2.2.
Kamerstukken II 1999/00, 26 855, nr. 3, p. 42 (MvT).
Kamerstukken II 1999/00, 26 855, nr. 3, p. 31 (MvT).
Voor het 'oud' procesrecht: Burgerlijke Rechtsvordering, Doek & Wesseling-van Gent, Bewaarband Boek 1 oud, art. 429c Rv, aant. 23.
Vgl. voor het forum non conveniens in art. 4 lid 3 sub b Rv, par. 3.6.4.
Indien voor de Nederlandse rechter in verzoekschriftprocedures geen rechtsmacht volgt uit de objectieve bevoegdheidsgronden in art. 3 sub a en sub b Rv, art. 6 en 6a Rv, kan deze eventueel nog gebaseerd worden op art. 3 sub c Rv. Hiervoor is vereist dat de zaak anderszins voldoende met de rechtssfeer van Nederland is verbonden. Deze verbondenheid moet tot uitdrukking komen in andere dan die reeds in de wet neergelegde specifieke aanknopingspunten. Art. 3 sub c Rv is de belichaming van het forum conveniens.1 Blijkens de aanhef van dit artikel beperkt het forum conveniens zich tot procedures die bij verzoekschrift moeten worden ingeleid, met uitzondering van die genoemd in art. 4 en 5 Rv. De laatstgenoemde bepalingen werken exclusief ten opzichte van art. 3 Rv, hetgeen betekent dat in een echtscheidingsprocedure (art. 4) en in een zelfstandige procedure inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid (art. 5) aan art. 3 Rv geen rechtsmacht kan worden ontleend.
Tot 1 januari 2002 bestond in het Nederlandse commune bevoegdheidsrecht ter zake van verzoekschriftprocedures geen behoefte aan een forum conveniens-bepaling, omdat art. 429c Rv oud via de regel 'distributie bepaalt attributie' altijd in rechtsmacht voorzag. De Nederlandse rechter, en in het bijzonder de rechter te ' s-Gravenhage, kwam in verzoekschriftprocedures altijd rechtsmacht toe.2 Een aanvullende forum conveniens-bepaling was overbodig. Dat is anders onder de nieuwe rechtsmachtregeling. Art. 3 Rv heeft niet langer als uitgangspunt dat de Nederlandse rechter in verzoekschriftprocedures altijd bevoegd is. De rechter komt alleen rechtsmacht toe in de aldaar uitdrukkelijk genoemde gevallen. Het in art. 3 sub c Rv opnemen van een vooraf ongedefinieerde bevoegdheidsgrond bleek nodig om te voorkomen dat de Nederlandse rechter, ondanks het bestaan van een niet in de wet geëxpliciteerd aanknopingspunt met Nederland, geen bevoegdheid zou kunnen uitoefenen.3
Wanneer zo'n ander aanknopingspunt met de Nederlandse rechtssfeer de uitoefening van rechtsmacht rechtvaardigt, zal van geval tot geval beoordeeld moeten worden. Hierbij heeft de Nederlandse rechter een ruime beoordelingsvrijheid, maar hij moet wel rekening houden met het feit dat het in een concreet geval gebezigde aanknopingspunt ook uit internationaal oogpunt voldoende substantieel is. Er dient voor gewaakt te worden dat het Nederlandse forum conveniens in het buitenland als een exorbitante basis voor de rechtsmacht wordt beschouwd.4 Indien vooraf onduidelijk is of een zaak voldoende binding met Nederland heeft, is het verstandig dat in het inleidend verzoekschrift de omstandigheden vermeld worden waaruit blijkt dat de Nederlandse rechter forum conveniens is. Laat de verzoeker dit na, dan riskeert hij dat de Nederlandse rechter zich aanstonds onbevoegd verklaart (art. 279 Rv).5 De vraag of de Nederlandse rechter forum conveniens is, dat wil zeggen of een zaak voldoende binding heeft met de Nederlandse rechtssfeer, is een rechtsvraag. De vraag heeft niet een zodanig feitelijk karakter dat beantwoording ervan in cassatie niet mogelijk is.6