Einde inhoudsopgave
Impassezaken en verantwoordelijkheden binnen het enquêterecht (IVOR nr. 69) 2010/4.5.2
4.5.2 De impasseprocedures
mr. F. Veenstra, datum 28-10-2010
- Datum
28-10-2010
- Auteur
mr. F. Veenstra
- JCDI
JCDI:ADS469152:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Overigens, in zes zaken waarin de mondelinge behandeling binnen een week plaatsvond, is ook meteen een onderzoek gelast: OK 24 oktober 2002,ARO 2002, 172 (Tjip); OK 31 oktober 2002,ARO 2003, 1 (ZSD Trading and Real Estate); OK 20 januari 2009,ARO 2009, 15 (Barcofra Holding); OK 26 januari 2009,ARO 2009, 19 (E&M Horeca Holding); OK 20 mei 2009,ARO 2009, 79 (theFACTOR.e); OK 4 juni 2009,ARO 2009, 86 (OG Partners Groep).
OK 24 maart 2004,ARO 2004, 41 (De ZorgZaak Holding).
OK 28 april 2004,ARO 2004, 64 (SCUA Holding).
Vergelijk ook: OK 29 juli 2002,ARO 2002, 123 (Sport- en Racketcentrum ‘Rottemeren’: mondelinge behandeling na vier dagen); OK 4 november 2002,ARO 2002, 175 (Scheepswerf Groot: drie dagen); OK 29 november 2002,ARO 2002, 180 (Alcas Holding: drie dagen); OK 16 oktober 2006,ARO 2006, 173 (Doorzand Medical Innovations: vier dagen); OK 13 december 2007,ARO 2008, 1 (e-Traction Europe: drie dagen).
In genoemde periode is, op acht zaken na, in alle procedures een verweerschrift ingediend door de vennootschap en/of andere belanghebbenden.
Van de in lid 4 genoemde mogelijk tegen dit tegenverzoek verweer te voeren, is bij mijn weten slechts in twee procedures gebruik gemaakt: OK 18 december 2006,ARO 2007, 2 (Enginetronic Innovations); OK 29 december 2006,ARO 2007, 8 (Victor Verhuis Promotions).
Onder andere: OK 20 december 2002,ARO 2003, 6 (BRI Groep: verzoekschrift 9 december; verweerschrift + tegenverzoek 17 december; mondelinge behandeling 19 december); OK 13 oktober 2006,ARO 2006, 172 (Hartevelt Holding: verzoekschrift 29 augustus; verweerschrift + tegenverzoek 11 september; mondelinge behandeling 14 september); OK 13 april 2007,ARO 2007, 71 (Vendenco: verzoekschrift 28 maart; verweerschrift + tegenverzoek 11 april; mondelinge behandeling 12 april); OK 25 mei 2007,ARO 2007, 84 (MucoVax Holding: verzoekschrift 26 april; verweerschrift + tegenverzoek 8 mei; mondelinge behandeling 10 mei); OK 16 oktober 2007,ARO 2007, 166 (e-Traction Europe: verzoekschrift 28 september; verweerschrift + tegenverzoek 10 oktober; mondelinge behandeling 11 oktober); OK 17 december 2008,ARO 2009, 3 (Medisch Centrum voor Esthetische Geneeskunde: verzoekschrift 14 november; verweerschriften + tegenverzoeken 24 november; mondelinge behandeling 27 november).
OK 9 mei 2006,ARO 2006, 99 (TriQorp); OK 27 december 2007,ARO 2008, 8 (Pool Elements Holding).
Vergelijk in dit verband: OK 25 april 2002,ARO 2002, 54 (Kai San Holding: mondelinge behandeling 25 april); OK 20 december 2002,ARO 2002, 6 (BRI Groep: mondelinge behandeling 19 december); OK 13 december 2007,ARO 2008, 1 (e-Traction Europe: mondelinge behandeling 13 december).
OK 1 juli 2008,ARO 2008, 124, r.o. 3.3 (Veenman Fresh Concepts).
Vergelijk ook OK 17 maart 2008,ARO 2008, 76 (N-Sign Sports & Communication), waarin de OK constateert dat de door de vennootschap gedreven onderneming in korte tijd stil is komen te liggen, terwijl de vennootschap ten gevolge van de impasse in de AVA (eveneens bestaand uit twee 50%-aandeelhouders) reeds sinds 4 september 2007 verstoken is van een statutair bestuur: het verzoekschrift is op 10 januari 2008 ter griffie ingekomen, terwijl de mondelinge behandeling op 7 februari 2008 heeft plaatsgevonden. Lastig te doorgronden is eveneens OK 17 maart 2008,ARO 2008, 78 (VHR Projekten 20): het verzoek, ingekomen op 16 januari 2008, is op 31 januari 2008 behandeld. Het duurt vervolgens nog 45 dagen voordat de OK bij wijze van onmiddellijke voorziening het gehele bestuur tijdelijk vervangt, hoewel de conflicten tussen de broers schade toebrengen of kunnen toebrengen aan (de belangen van) de vennootschap en mogelijk ook aan (die van) derden, en wel van zodanige aard dat ingrijpen geboden is (r.o. 3.7).
OK 9 december 1999,JOR 2000, 33 (Besin Groep).
OK 4 mei 2005,ARO 2005, 76, r.o. 1.4 (Broerse Beleggingen).
OK 16 oktober 2006,ARO 2006, 173, r.o. 3.3 (Doorzand Medical Innovations).
114. Uit de impassebeschikkingen van ná 1 januari 2002 waarin onmiddellijke voorzieningen zijn getroffen – circa 95 in getal – blijkt dat de mondelinge behandeling van de desbetreffende verzoeken in ongeveer 45 procedures op een termijn van drie weken of minder is gepland, waarvan in circa 20 zaken op een termijn van twee weken (of minder, maar meer dan een week) en in 14 andere zaken op een week (of minder).1 Uitschieters vormen de procedures inzake De ZorgZaak Holding2 en SCUA Holding3 , waarin de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden twee dagen nadat de verzoeken ter griffie zijn ingekomen.4 De korte tijdspanne gaat nog meer knellen indien wordt bedacht dat in de helft van alle zaken van ná 1 januari 2002 waarin een verweerschrift is ingediend5, een tegenverzoek is gedaan als bedoeld in art. 2: 282 lid 4 Rv.6 Ik wijs nogmaals op de procedure inzake De ZorgZaak Holding: nadat op 9 maart 2004 het verzoekschrift ter griffie is ingekomen, bepaalt de Ondernemingskamer de mondelinge behandeling van het verzoek tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen op 11 maart 2004. Het verweerschrift van de andere partij komt ter griffie in op 10 maart 2004. Het verweerschrift bevat tevens een tegenverzoek tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen. In de procedures waarin de mondelinge behandeling op een termijn van ongeveer twee weken is bepaald, hebben de vennootschap en overige belanghebbenden uiteraard iets meer lucht. Uit een aantal van deze procedures waarin in het verweerschrift tevens een tegenverzoek is gedaan aangaande het treffen van onmiddellijke voorzieningen, blijkt evenwel dat de oorspronkelijke verzoeker in tijdnood dreigt te geraken: de tegenverzoeken zijn een of twee dagen voor de mondelinge behandeling ter griffie ingekomen.7 In de procedures inzake TriQorp respectievelijk Pool Elements Holding zijn de tegen-verzoeken zelfs, kennelijk met instemming van de Ondernemingskamer, ter terechtzitting ingediend.8
115. Uit de impassebeschikkingen is niet goed op te maken of de vennootschap en overige belanghebbenden in de desbetreffende procedures voldoende tijd en gelegenheid is gegund voor een behoorlijke kennisneming van de stukken en een deugdelijke voorbereiding van hun verweer, en of aldus het beginsel van hoor en wederhoor voldoende is gewaarborgd. Ook wordt niet duidelijk wáárom de mondelinge behandeling van verzoeken tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen soms wordt bepaald op een termijn van enkele dagen: is de toestand van de vennootschap op het moment dat het verzoekschrift ter griffie inkomt dermate kritiek, dat het onverantwoord zou zijn langer te wachten? Het gemis aan een motivering maakt dat de uitspraken lastig zijn te doorgronden. Ik geef twee voorbeelden. Vormt de omstandigheid dat de verhoudingen tussen de 50%-aandeel-houders/bestuurders van De ZorgZaak Holding ernstig zijn verstoord en dat dit in toenemende mate negatieve gevolgen heeft voor de vennootschap en haar dochtermaatschappij De ZorgZaak, zozeer zelfs dat de continuïteit van beide vennootschappen en de door de dochter in stand gehouden onderneming op het spel staat (rechtsoverweging 3.3), de reden voor de behandeling binnen twee dagen van het verzoek tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen? Zo ja, waarom wijst, indien onmiddellijk ingrijpen in het belang van de vennootschap noodzakelijk is, de Ondernemingskamer pas na 13 dagen de beschikking, terwijl zij in enkele andere procedures op de dag van de mondelinge behandeling of daags erna uitspraak doet?9 En hoe verhoudt de oordeelsvorming in De ZorgZaak Holding zich tot die in de beschikking inzake Veenman Fresh Concepts?10 Hoewel uit de overwegingen lijkt te kunnen worden opgemaakt dat de ernst van de situatie vergelijkbaar is met die in De ZorgZaak Holding , beslaat de periode tussen de dag waarop het verzoekschrift ter griffie is ingekomen (1 april 2008) en de dag waarop de mondelinge behandeling plaatsvindt (22 mei 2008) 50 dagen, terwijl de beschikking 40 dagen na de mondelinge behandeling is gewezen.11 116. Het is gegeven het bovenstaande naar mijn mening opvallend te noemen dat slechts in een paar procedures door een belanghebbende is geklaagd over de korte termijn waarop de mondelinge behandeling is gepland respectievelijk stukken zijn overgelegd. Uit deze zaken blijkt dat de Ondernemingskamer de mondelinge behandeling niet snel wenst uit te stellen. Naar mijn mening is zeer discutabel de gang van zaken in de procedure inzake Besin Groep . De Ondernemingskamer overweegt in de beschikking in reactie op de opmerking ter terechtzitting door verweersters dat hen onvoldoende tijd en gelegenheid is gegund het verweer aangaande het verzoek tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen voor te bereiden, dat het hen vrijstaat zich tot de Ondernemingskamer te wenden met een verzoek tot van de voorzieningen, indien zij daartoe gronden aanwezig zouden achten.12 Discutabel is eveneens de gang van zaken in de procedure inzake Broerse Beleggingen . De Ondernemingskamer beslist hierin op grond van beginselen van een goede procesorde dat [VS] (de advocaat van de (oorspronkelijke) verzoekster) in de gelegenheid dient te worden gesteld ter een nadere terechtzitting te reageren op het pleidooi in eerste termijn van [S] (advocaat van verweersters), ‘nu dat met een beroep op een groot aantal, eerst bij gelegenheid van het pleidooi in het geding gebrachte, producties een groot aantal niet eerder in het geding betrokken stellingen van feitelijke en juridische aard inhield.’ Desondanks beslist zij al wel op het verzoek tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen op basis van het debat zoals dit reeds heeft plaatsgevonden (zij grijpt in in de samenstelling van het bestuur), overwegend dat partijen ter nadere terechtzitting in de gelegenheid zijn hun standpunten met betrekking tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen verder toe te lichten.13 Ten slotte, ook in de procedure inzake Doorzand Medical Innovations is door verweersters geklaagd over de korte tijd waarbinnen zij hun verweer moesten voorbereiden, hetgeen er naar hun mening toe dient te leiden dat verzoeker [D] niet-ontvankelijk is in zijn verzoek. De Ondernemingskamer volgt verweersters niet in dit betoog, overwegend dat ‘[d]aargelaten dat zij goeddeels zelf hebben veroorzaakt dat [D] alle aanleiding heeft gehad met spoed zijn stelling dat zijn belangen ernstig zijn geschaad aan de rechter voor te (kunnen) leggen, niet valt in te zien en evenmin is gebleken dat en zo ja op welke wijze zij in hun verweer beperkt zijn (geweest). Dat zulks anders zou kunnen zijn in verband met de omstandigheid dat verweersters eerst kort voor de terechtzitting kopieën hebben gekregen van in 2.13 genoemde bescheiden en objecten valt niet in te zien. Gesteld noch gebleken is immers dat die bescheiden en objecten van betekenis (kunnen) zijn voor de beantwoording van de in dit geding thans te beantwoorden vragen.’14