NJB 2024/791
Ingevolge art. 48 Overleveringswet jo art. 27 lid 2 Kaderbesluit Europees aanhoudingsbevel kan een aan Nederland overgeleverd persoon niet worden vervolgd, berecht of anderszins van zijn vrijheid beroofd wegens een of meer andere vóór de overlevering begane feiten dan de feiten die de reden tot de overlevering zijn geweest, tenzij een van de in art. 27 leden 1 en 3 Kaderbesluit bedoelde gevallen zich voordoet: de Hoge Raad zet – mede gelet op HvJ EU 1 december 2008, zaak C-388/08 (Leymann en Pustovarov) – uiteen aan welke vereisten de beoordeling door de rechter of dit het geval is moet voldoen en voorts welke stappen de rechter kan nemen als hij tot de conclusie komt dat sprake is van een ‘ander feit’. In casu – waarin het gaat om een woningoverval op een bejaarde man – is het oordeel van het hof dat het OM ontvankelijk is in de vervolging ontoereikend gemotiveerd.
HR 26-03-2024, ECLI:NL:HR:2024:468
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 maart 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
22/01278
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:468, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑03‑2024
ECLI:NL:PHR:2023:1184, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑12‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 27‑09‑2022
- Wetingang
Essentie
Ingevolge art. 48 Overleveringswet jo art. 27 lid 2 Kaderbesluit Europees aanhoudingsbevel kan een aan Nederland overgeleverd persoon niet worden vervolgd, berecht of anderszins van zijn vrijheid beroofd wegens een of meer andere vóór de overlevering begane feiten dan de feiten die de reden tot de overlevering zijn geweest, tenzij een van de in art. 27 leden 1 en 3 Kaderbesluit bedoelde gevallen zich voordoet: de Hoge Raad zet – mede gelet op HvJ EU 1 december 2008, zaak C-388/08 (Leymann en Pustovarov) – uiteen aan welke vereisten de beoordeling door de rechter of dit ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.