Einde inhoudsopgave
De beursvennootschap, corporate governance en strategie (IVOR nr. 120) 2020/3.1.1
3.1.1 Zelfstandig rechtssubject met dualistische structuur
mr. S.B. Garcia Nelen, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. S.B. Garcia Nelen
- JCDI
JCDI:ADS232580:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Assink, WPNR 2015/7048, par. 3.
Asser/Van Olffen & Rensen 2-IIa 2019/13 en paragraaf 2.4 van dit proefschrift. Zie voor kritiek op de institutionele benadering: Blanco Fernández, Ondernemingsrecht 2018/29. Blanco Fernández stelt dat de rechtspersoonlijkheid van de NV los moet worden gezien van de institutionele benadering als rechtsfilosofie. Tevens kritisch: Raaijmakers, Ondernemingsrecht 2015/28.
Artikel 2:5 BW. Zie ook: Assink/Slagter 2013 (Deel 1), §3.
Dortmond, Van der Heijden Handboek NV/BV 2013/200.
Overigens tast deze beperking de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur ten aanzien van dergelijke onderwerpen niet aan, zie artikel 2:107a lid 2 BW. Hetzelfde geldt op grond van artikel 2:164 lid 2 BW voor het ontbreken van de ingevolge lid 1 van datzelfde artikel vereiste goedkeuring van de raad van commissarissen bij een NV die onder het toepassingsbereik van het structuurregime valt. Zie over artikel 2:107a BW en de uitwerking in de praktijk nader paragraaf 6.3 van dit proefschrift.
HR 13 juli 2007, NJ 2007/434, m.nt. J.M.M. Maeijer, JOR 2007/178, m.nt. M.P. Nieuwe Weme (ABN AMRO), r.o. 4.3; HR 9 juli 2010, NJ 2010/544, m.nt. P. van Schilfgaarde, JOR 2010/228, m.nt. M.J. van Ginneken (ASMI), r.o. 4.4.1; Hof Amsterdam (OK) 29 mei 2017, JOR 2017/261, m.nt. C.D.J. Bulten (AkzoNobel), r.o. 3.9.
HR 21 januari 1955, NJ 1959, 43, m.nt. L.J. Hijmans van den Bergh (Forumbank). De AV kan in bepaalde gevallen wel opdrachten geven op terreinen die tot de bevoegdheid van de AV horen, in die zin dat het in beginsel tot de bestuurstaak behoort om de besluiten die de AV neemt uit te voeren (denk aan een uitgifte van aandelen). Zie: Löwensteyn 1959, p. 79.
Asser/Van Olffen & Rensen 2-IIa 2019/20 en Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/1. Dit is iets anders dan het ‘dualistisch bestuursmodel’ waarmee gedoeld wordt op een two-tier board, ten opzichte van een monistisch bestuursmodel (een one-tier board).
Zie paragraaf 1.1 van dit proefschrift en Asser/Van Olffen & Rensen 2-IIa 2019/20.
Vgl. Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/1 en Asser/Van Olffen & Rensen 2-IIa 2019/20 en 22.
Ik licht in paragraaf 3.4.3 van dit proefschrift nader toe waarom het structuurregime veelal niet van toepassing zal zijn op beursvennootschappen. Er is vaak wel sprake van een ondernemingsraad omdat veelal een onderneming in stand wordt gehouden waarin in de regel ten minste 50 personen werkzaam zijn (zie artikel 2 lid 1 van de Wet op de ondernemingsraden), al is het niet altijd zo dat die ondernemingsraad zich bevindt op het niveau van de beursvennootschap. Een beursvennootschap heeft wel altijd een raad van commissarissen (of, bij een one-tier board, niet-uitvoerende bestuurders). Deze verplichting vloeit voort uit de Corporate Governance Code. Ook het Besluit instelling auditcommissie (van toepassing op organisaties van openbaar belang, waaronder beursvennootschappen) gaat ervan uit dat de auditcommissie is samengesteld uit leden van de raad van commissarissen of niet-uitvoerende bestuurders. Dit impliceert dat dergelijke personen er ook daadwerkelijk zijn, al kan ook een ander orgaan worden aangewezen dat de taken van de auditcommissie uitoefent (zie artikel 2 lid 4 van het Besluit instelling auditcommissie).
Assink/Slagter 2013 (Deel 1), §42.
Dit geld overigens voor alle rechtspersonen van Boek 2 BW met uitzondering van de stichting, zie Schwarz, GS Rechtspersonen 2019/20, art. 2:107 BW, aant. 2.
Löwensteyn 1959, p. 34.
De NV functioneert als zelfstandig georganiseerde eenheid, intern beheerst door rechtsregels van specifieke aard die op haar van toepassing zijn.1 Haar karakter is gebonden aan haar materiële kenmerken zoals die door de wetgever zijn vastgesteld: zij is een rechtspersoon met een in overdraagbare aandelen verdeeld maatschappelijk kapitaal.2 De NV bezit rechtspersoonlijkheid op grond van artikel 2:3 BW en is daarmee ook rechtssubject in de zin van artikel 2:5 BW, in de zin dat zij zelfstandig drager van rechten en plichten is, op een voor wat betreft het vermogensrecht zelfde wijze als een natuurlijk persoon.3 Hoewel de NV historisch is begonnen als verbintenisrechtelijk samenwerkingsverband van kapitaalverschaffers (de ‘contractuele benadering’) wordt zij thans gezien als autonome rechtspersoon (de ‘institutionele benadering’).4 Aandeelhouders noch bestuurders zijn persoonlijk aansprakelijk voor schulden van de NV.5
Als zelfstandig rechtssubject kan de NV beschikken over de onderneming als geheel van activa en passiva die gehouden worden door die vennootschap.6 Het bestuur van de NV ‘beschikt’ als besturend orgaan over die onderneming; de aandeelhouders beschikken (slechts) over de aandelen. In de literatuur wordt het bestuur ook wel aangemerkt als de leider van de economische activiteiten van de vennootschap.7 De bevoegdheid van het bestuur om vrij te beschikken over de onderneming kan vooraf worden beperkt door de wet en statuten, zoals door artikel 2:107a BW, dat besluiten van het bestuur omtrent een belangrijke verandering van de identiteit of het karakter van de vennootschap of de onderneming onderwerpt aan de goedkeuring van de AV.8 Voorts dient het bestuur achteraf verantwoording af te leggen over zijn beleid aan de AV.9
Zoals beschreven in paragraaf 2.4 van dit proefschrift wees de Hoge Raad in 1955 het Forumbank-arrest, waarin hij bepaalde dat de AV geen opdracht kan geven aan het bestuur over onderwerpen die tot de bevoegdheid van het bestuur horen, nu de AV de grenzen van haar bevoegdheid niet mag overschrijden.10 Het verschijnsel dat de NV (in ieder geval) een bestuur en een AV kent, met elk hun eigen bevoegdheden, wordt aangeduid als de dualistische structuur van de NV.11 Dit geldt als een algemeen beginsel van het NV-recht.12 Het spanningsveld binnen de machtsverhoudingen van de NV wordt voor een groot deel verklaard door die structuur.13 Deze dualistische structuur dient de continuïteit van de onderneming, omdat de vennootschap kan blijven voortbestaan indien haar aandeelhouderbestand wijzigt.14 Naarmate de omvang van de organisatie toeneemt, verschuift het karakter van de vennootschap van een dualistisch naar een pluralistisch model, als gevolg van de vennootschappelijke betrokkenheid van de raad van commissarissen en de ondernemingsraad.15 Dat geldt zeker als het structuurregime is toegepast, maar ook indien dat niet het geval is, hebben beursvennootschappen veelal een ondernemingsraad en een (vrijwillig ingestelde) raad van commissarissen.16 De beursvennootschap heeft daarmee een meer pluralistisch karakter.17 Het archetype NV heeft niettemin een dualistische structuur.18
Het bestuur en de AV, die gezamenlijk de dualistische structuur vormen, bestaan op hun beurt weer uit leden. Dat is er minimaal één per orgaan, maar dit kan een en dezelfde persoon zijn. Er gelden geen wettelijke maxima voor het aantal leden van genoemde organen. Wel wordt aangenomen dat het aantal bestuurders niet te groot mag zijn, wil men een doelmatige leiding van de NV mogelijk maken.19