Open normen in het huurrecht
Einde inhoudsopgave
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/4.4.1.3:4.4.1.3 Tussenconclusie
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/4.4.1.3
4.4.1.3 Tussenconclusie
Documentgegevens:
J.Ph. van Lochem, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
J.Ph. van Lochem
- JCDI
JCDI:ADS492612:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de juridische analyse blijkt dat de open norm ‘redelijkheid en billijkheid’ op alle stadia van het huurrecht van toepassing is, maar niet overal veel ruimte biedt aan zowel rechter als (proces)partijen. Daarmee correspondeert de bevinding dat deze open norm niet in alle stadia van het huurrecht veel rechtsonzekerheid teweegbrengt. Hoewel de rechter niet altijd helderheid biedt met betrekking tot de overwegingen, kan niettemin het publieke belang als – weliswaar vaag – onderliggend criterium worden waargenomen.
Daar waar vaste lijnen in de jurisprudentie worden uitgezet of waar sprake is van een publiek belang bij rechtszekerheid, bestaat meer aanleiding de ruimte te beperken en juridische zekerheid te bieden, dan in gevallen waarin het echt een zaak van de specifieke (proces)partijen is. Voor zover in die gevallen een publiek c.q. algemeen belang kan worden onderscheiden, dan is het juist dat de bedoelingen van de (proces)partijen worden gerespecteerd. ‘Pacta sunt servanda’ is in feite een publieke norm.
Naast dit inhoudelijke criterium spelen bij de vraag of de redelijkheid en billijkheid in het huurrecht meer of minder wordt ingevuld ook de belangen van de wetgever (zoals deregulering en expertisegebrek) en die van de rechter (zoals het niet expliciteren om een slag om de arm te houden) een rol.