Op zoek naar de heilige graal
Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/9.8.3:9.8.3 Rechtvaardiging voor het verschil in fiscale behandeling van rsl in de heffingswetten
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/9.8.3
9.8.3 Rechtvaardiging voor het verschil in fiscale behandeling van rsl in de heffingswetten
Documentgegevens:
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633556:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Deelvraag: Is dat verschil gerechtvaardigd?
Voor het verschil in aftrek van giften aan natuurlijke personen is er geen rechtvaardiging voor zover sprake is van vereenzelviging van een natuurlijke persoon met de desbetreffende anbi. Voor de overige hiervoor geconstateerde verschillen in fiscale behandeling bestaat op grond van mijn toetsingskader geen objectieve en redelijke rechtvaardigingsgrond.
Omdat spiritualiteit lastiger te omlijnen is en spirituele initiatieven zelden geformaliseerd zijn, kan een spirituele instelling problemen ondervinden om een geslaagd beroep te doen op de eredienstuitzondering voor openbaar toegankelijke gebouwen die in hoofdzaak bestemd zijn voor spirituele activiteiten. Hoewel op grond van de wettekst geen formele organisatie of structuur vereist is voor een geslaagd beroep op de eredienstuitzondering, blijkt uit de wetsgeschiedenis dat de eredienstuitzondering bedoeld is voor kerkgenootschappen of geestelijke gemeenschappen op levensbeschouwelijke grondslag. Voor zover de ten grondslag liggende levensopvatting niet voldoet aan de eisen die het EHRM daaraan stelt, komen deze instellingen op grond van mijn toetsingskader niet in aanmerking voor de toepassing van de eredienstuitzondering. Er is dan namelijk geen sprake van gelijke gevallen. Voor een geslaagd beroep op de eredienstuitzondering voor openbaar toegankelijke gebouwen waarin spiritualiteit wordt beoefend, helpt het als de belanghebbende een meeromvattende levensbeschouwing aan de hand van de EHRM-vereisten als grondslag voor de spirituele activiteiten aannemelijk kan maken. Dit kan bijvoorbeeld door te verwijzen naar een samenstel van principes, filosofieën en tradities als grondslag voor de spirituele activiteiten waardoor deze activiteiten verder gaan dan slechts een individuele zelfontplooiing.