Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/4.2.3.1
4.2.3.1 Algemeen
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186829:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. HR 1 juli 1985, NJ 1986/692 (Frenkel/KRO), Drion 2016, art. 1381 BW (oud), Rb. Amsterdam 15 augustus 2012, JOR 2012/376 (Curatoren Van der Moolen/AMG c.s.), r.o. 4.4, Hof ’s-Gravenhage 31 oktober 2000, JOR 2001/41 (Curatoren Habo/Besix) en Tjittes 2018, p. 312 e.v. Zie ook Hof Amsterdam 5 april 1929, NJ 1929, p. 1011 (Schaap/Salm q.q. c.s.), HR 7 november 1929, NJ 1930, p. 5 (Schaap/Salm q.q. c.s.) en de bespreking daarvan in par. 9.4.2.2.
Zie mijn noot onder Hof Arnhem-Leeuwarden 15 april 2014, JOR 2014/219 (Klaasse/Lintelo).
Zie Rb. Rotterdam 17 november 2014, JOR 2015/157 (Swagemakers/High Care) en Hof Arnhem-Leeuwarden 15 april 2014, JOR 2014/219 (Klaasse/Lintelo), mijn annotaties onder deze uitspraken, voorts Rb. Utrecht 3 augustus 2011,JOR 2011/380 (Kamperduin), Rb. Amsterdam 15 augustus 2012, JOR 2012/376 (Curatoren Van der Moolen/AMG c.s.), Rb. Breda (vzr.) 1 december 1982, NJF KG 1983/4 (Ontvanger/Sigmacon) en Hof Amsterdam (OK) 11 juli 2013, JOR 2013/250 (Nationalisatie SNS), r.o. 6.69. Vgl. anderzijds ook Rb. Dordrecht 28 maart 2012, JOR 2013/85 (Rabobank Hulst/C.V. Move Handel & Scheepvaart), r. o. 4.11.
Zie HR 20 maart 2015, JOR 2015/140 (Nationalisatie SNS), r.o. 4.34.4 en HR 18 oktober 2002, JOR 2002/234, (Curatoren Habo/Besix) r.o. 3.4.2.
Zie ook par. 6.3.4.
Zie art. 6:127 BW.
Zie par. 3.2.1.
Zie Van Grevenstein 1992, p. 135, Thijssen & Rutten 2001, p. 137 en Dorsman 2003. Vgl. ook Rb. Rotterdam (pres.) 11 mei 1993, KG 1993/215 (Jachtwerf Lelystad/Doeve, Pemen & Scheepskoopers) en naar Duits recht: Bitter & Rauhut 2014, p. 1011, voetnoot 47.
117. Het doel van een overeenkomst kan een relevante factor zijn bij het uitleggen daarvan.1 Een achterstellingsovereenkomst heeft tot doel om de senior zekerheid te bieden. Daarom wordt de betaling van de juniorvordering ondergeschikt gemaakt aan de betaling van de seniorvordering. Uitleg met het oog op het doel van de overeenkomst leidt daarom tot ‘Haviltexen in het belang van de achterstelling’. Dan wordt bij twijfel de achterstellingsovereenkomst zo uitgelegd dat die de achterstelling zoveel mogelijk effect geeft en de juniorbevoegdheden zoveel mogelijk inperkt ten gunste van de senior.2 Dergelijke redeneringen komen in de lagere rechtspraak voor.3 De Hoge Raad volgde een dergelijke uitleg tot nu toe niet, maar wees die ook nog niet principieel af.4
Uitleg met het oog op het doel van de achterstelling kan in het bijzonder een rol spelen als er twijfels bestaan of de achterstelling in de weg staat aan het opeisen van de juniorvordering.5 Dat heeft ook gevolgen voor de verrekenbaarheid buiten faillissement.6 De senior kan in zo’n geval betogen dat de achterstelling tot doel heeft om de senior zekerheid te bieden door het vermogen dat de junior verschaft in de onderneming van de schuldenaar te houden.7 Als de junior zijn vordering kan opeisen of verrekenen voldoet de achterstelling niet aan dat doel omdat de junior dan zijn verschafte vermogen aan de onderneming van de schuldenaar kan onttrekken. Dit staat op gespannen voet met de zekerheidsfunctie van de achterstelling.8