Misleidende beursberichten
Einde inhoudsopgave
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/5.1:5.1 Inleiding
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. A.C.W. Pijls, datum 01-07-2022
- Datum
01-07-2022
- Auteur
mr. drs. A.C.W. Pijls
- JCDI
JCDI:ADS655792:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De beursvennootschap die misleidende informatie publiceert of relevante informatie achterhoudt waardoor een misleidend beeld wordt gecreëerd, handelt onrechtmatig. Zoals besproken in de Inleiding van dit boek, kan dit onrechtmatig handelen zijn gelegen in het publiceren van een misleidend prospectus (of andere misleidende informatie buiten het prospectus om) in het kader van een beursgang en/of emissie, het publiceren van misleidende financiële verslaggeving, het niet (tijdig) publiceren van voorwetenschap en/of het verspreiden van misleidende ad hoc-berichten.1 Het geven van een misleidende voorstelling van zaken ten aanzien van de (financiële toestand van de) vennootschap leidt tot onzuivere koersvorming. Beleggers kunnen hierdoor schade lijden, want zij nemen dan aan- en/of verkoopbeslissingen op basis van onvolledige en/of onjuiste informatie. Deze schade wordt definitief geleden op het moment waarop de misleiding bekend wordt en de koersinflatie (dientengevolge) uit de koers loopt. Beleggers hebben alleen recht op schadevergoeding als (en voor zover) het door hen geleden koersverlies in voldoende causaal verband staat met de misleidende informatie. Wanneer in rechte het onrechtmatig handelen van de vennootschap eenmaal is vastgesteld, zal het processuele debat zich rondom deze causaliteits- en schadevraag concentreren. Het zijn de materieelrechtelijke aspecten van de causaliteits- en schadevraag die in dit hoofdstuk centraal staan.
De opbouw van dit hoofdstuk is als volgt. In § 5.2 formuleer ik eerst een aantal aannames. Dat doe ik, omdat ik in dit hoofdstuk van een sterk vereenvoudigd feitencomplex van misleiding zal uitgaan. De gedachte is om vanuit dit vereenvoudigde feitencomplex de materieelrechtelijke aspecten van het causaal verband en de schade te analyseren. In § 5.3 schets ik daarna in grote lijnen het materieelrechtelijk kader van het causaal verband en de schade bij aansprakelijkheid voor misleidende berichtgeving op de beurs. Daartoe zal ik in § 5.3.2 eerst teruggrijpen op de twee in hoofdstuk 1 onderscheiden feitelijke grondslagen waarmee de eisende belegger zijn vordering tot schadevergoeding kan onderbouwen.2 Deze twee feitelijke grondslagen vormen de rode draad voor de inhoudelijke analyse in het vervolg van dit hoofdstuk en in het vervolg van het boek. In § 5.4 staat vervolgens de vraag centraal of, en zo ja, in welke mate, voor het aannemen van juridisch causaal verband steeds is vereist dat de eisende belegger daadwerkelijk (direct of indirect) op de misleidende informatie heeft vertrouwd en zijn beleggingsbeslissing daardoor is beïnvloed. In § 5.5 wordt daarna besproken op welke wijze de door de misleiding veroorzaakte koersschade moet worden vastgesteld, en in welke omvang deze koersschade op de voet van art. 6:98 BW aan de vennootschap kan worden toegerekend. In § 5.6 ga ik in op het leerstuk van de eigen schuld en in § 5.7 sluit ik af met een opsomming van de relevante onderzoeksvragen voor het vervolg van Deel IV.