Biases in de boardroom en de raadkamer
Einde inhoudsopgave
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/4.3.1.1:4.3.1.1 Inleiding
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/4.3.1.1
4.3.1.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen
- JCDI
JCDI:ADS111396:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Confabulatie is het achteraf creëren van de illusie dat voor een onbewust genomen beslissing allerlei bewuste redenen aanwezig waren.1 Een interessant onderzoek kan het begrip confabulatie verduidelijken. Onderzoekers toonden aan klanten van een winkel vier identieke panty’s. Ze vroegen aan hen voor welke panty de bezoekers een voorkeur hadden. De meeste mensen hadden een voorkeur voor de panty die het meest rechts lag. De bezoekers kozen dus op basis van de positie van de panty. Toen de onderzoekers de proefpersonen na afloop vroegen waarom ze een voorkeur hadden voor de rechterpanty, gaven ze hier allerlei verklaringen voor. ‘Die is gewoon het mooist’ of ‘Die is het stevigste en gaat dus het langste mee’. Dit waren onzinnige verklaringen. Alle panty’s waren volstrekt identiek. De proefpersonen namen hier een beslissing op onbewuste gronden. Er was immers geen andere onderscheidende informatie om de beslissing op te baseren. Het bewuste van de proefpersonen creëerde achteraf de illusie dat er allerlei bewuste redenen waren voor die keuze. Het creëren van deze illusie is confabulatie.2 Confabulatie is in beginsel geen bias zoals ik een bias gedefinieerd heb. Het gaat bij confabulatie om bewuste zelf-interpretatie. Confabulatie wordt echter wel een bias omdat we niet door hebben dat we onszelf misleiden. Dit deel is onbewust.
Een extremer voorbeeld van confabulatie is te vinden bij split brain patiënten. Onze rechter hersenhelft verwerkt de linkerkant van ons visuele veld. Onze linker hersenhelft verwerkt de rechterhelft van ons visuele veld. Hierdoor is het mogelijk bij split brain patiënten beide hersenhelften afzonderlijk aan te spreken. Ons spreekvermogen bevindt zich (meestal) in onze linker hersenhelft. De rechter hersenhelft kan taal vaak wel begrijpen maar niet of nauwelijks produceren. Als een onderzoeker aan de rechter hersenhelft van een split brain patiënt het woord ‘loop’ toont, staat de persoon direct op.3 Als de onderzoeker vraagt waarom de persoon opstond, is dit dus alleen een vraag aan de linker hersenhelft. Het is alleen deze hersenhelft die de vraag kan beantwoorden. De rechter hersenhelft kan immers geen taal produceren. De linker hersenhelft heeft geen verzoek tot opstaan gezien. Het woord ‘loop’ is immers alleen getoond aan het visuele veld van de rechter hersenhelft. Het antwoord dat de proefpersoon gaf was: ‘Omdat ik dorst heb en even wat water wilde halen’. Ook dit is een voorbeeld van confabulatie.4 De proefpersoon verzon een bewuste reden voor zijn onbewuste handelen.