Beheer van familievermogen door middel van certificering
Einde inhoudsopgave
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/1.5:1.5 Leeswijzer
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/1.5
1.5 Leeswijzer
Documentgegevens:
mr. A.M. Steegmans, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. A.M. Steegmans
- JCDI
JCDI:ADS958059:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij de beschrijving van de onderzoeksmethode kwam al aan de orde dat in dit onderzoek meerdere rechtsgebieden en leerstukken samenkomen. Er wordt, naast het verbintenissenrecht en goederenrecht, aandacht besteed aan het ondernemingsrecht, huwelijksvermogensrecht en erfrecht. Er is geprobeerd om waar nodig bepaalde onderdelen uit die rechtsgebieden kort te introduceren, zodat de lezer zo goed als mogelijk van het ene in het andere rechtsgebied wordt meegenomen.
Hierna wordt kort de inhoud van de volgende hoofdstukken besproken. In hoofdstuk 2 staat deelvraag 1 centraal. Door middel van het analyseren van de inhoud van de interviews wordt bekeken welke motieven families hebben om over te gaan tot het opzetten van een beheerstructuur. Daarnaast wordt gekeken welke beheerstructuren in de interviews naar voren komen en op welke uitvoeringsproblemen de geïnterviewden stuiten bij het opstellen van een beheerstructuur.
In hoofdstuk 3 wordt beschreven welke civielrechtelijke elementen een beheerstructuur moet bevatten om te kunnen worden ingezet voor het beheer van familievermogen. Omdat deze elementen per motief in meer of mindere mate kunnen verschillen is ervoor gekozen om de elementen te destilleren die nodig zijn om het motief ‘continuïteit van vermogen’ te dienen. Deze elementen vormen het juridische toetsingskader en de basis voor de analyse van de beheerstructuur van certificering van vermogen.
Hoofdstuk 4 behandelt de deelvragen 3 en 4. Eerst worden algemeen vermogensrechtelijke grenzen uiteengezet waarbinnen een beheerstructuur kan worden gecreëerd. Vervolgens wordt beschreven wat de redenen zijn dat ons huidige civiele recht geen algemeen geldende beheerregeling kent. Daarna wordt aandacht besteed aan de beheerovereenkomst in het algemeen en certificeren van vermogen in het bijzonder. Dit hoofdstuk wordt afgesloten met een andere bijzondere beheerstructuur, te weten het fonds voor gemene rekening. Dit is gedaan omdat het fonds voor gemene rekening een beheerstructuur is die door families kan worden gebruikt voor het beheer van een beleggingsportefeuille. Daarnaast laat het fonds voor gemene rekening een variëteit aan mogelijke beheerstructuren zien.
Hoofstuk 5 en 6 behandelen gezamenlijk deelvraag 5. In hoofdstuk 5 wordt het civielrechtelijk toetsingskader uit hoofdstuk 3 toegepast op certificaten van aandelen in een BV. Er wordt bekeken in hoeverre de beheerstructuur van certificering van aandelen de elementen bevat om het motief ‘continuïteit van familievermogen’ te dienen. In hoofdstuk 6 wordt bekeken in hoeverre de uitkomsten van de toepassing van het civielrechtelijk toetsingskader anders uitpakken op het moment dat er geen sprake is van certificering van aandelen, maar van certificering van onroerend goed, kunstcollectie of een beleggingsportefeuille.
Dit onderzoek wordt in hoofdstuk 7 afgerond met een analyse. Naast een analyse van de uitkomsten van de toepassing van het civielrechtelijk toetsingskader op certificering van vermogen wordt ook bekeken welke argumenten de uitkomsten van het onderzoek bieden voor mogelijke nadere wetgeving rondom beheer.
Tot slot is in hoofdstuk 8 de conclusie met het antwoord op de hoofdvraag opgenomen.
Het onderzoek is afgesloten op 1 december 2023. Er is geen rekening gehouden met literatuur, rechtspraak, onderzoeksresultaten en andere publicaties die na die datum zijn verschenen.