Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/7.14.3:7.14.3 Verjaring van de vordering uit onverschuldigde betaling
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/7.14.3
7.14.3 Verjaring van de vordering uit onverschuldigde betaling
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS574032:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie BR 17 november 2000, NJ 2001, 580 m.nt. JH (Breezand/Gemeente Veere).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een rechtsvordering uit onverschuldigde betaling (geen schadevergoedingsverbintenis, maar een ongedaanmakings- of waardevergoedingsverbintenis) verjaart op grond van artikel 3:309 $$BW door verloop van vijf jaren na aanvang van de dag, volgende op die waarop de schuldeiser zowel met het bestaan van zijn vordering als met de persoon van de ontvanger is bekend geworden en in ieder geval twintig jaren nadat de vordering is ontstaan. De Hoge Raad oordeelt in Breezand/Gemeente Veere dat de verjaringstermijn niet pas ingaat vanaf het moment dat de rechter een overeenkomst nietig verklaart, maar vanaf de dag dat de eiser bekend is geworden met het feit dat de door hem gedane betalingen zonder rechtsgrond waren verricht (r.o. 5.2.4).1 Gelet op de lange absolute verjaringstermijn en gelet op het feit dat de korte subjectieve verjaringstermijn pas ingaat door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgend op die waarop de schuldeiser zowel met het bestaan van zijn vordering als met de persoon van de ontvanger is bekend geworden en in ieder geval twintig jaren nadat de vordering is ontstaan, zal de Nederlandse verjaringstermijn voor civiele schadevergoedingsvorderingen ook niet snel in strijd zijn met het effectiviteitsbeginsel.