Gegevensbescherming in faillissement
Einde inhoudsopgave
Gegevensbescherming in faillissement (O&R nr. 136) 2023/7.5:7.5 Synthese
Gegevensbescherming in faillissement (O&R nr. 136) 2023/7.5
7.5 Synthese
Documentgegevens:
mr. M.D. Reijneveld, datum 01-08-2022
- Datum
01-08-2022
- Auteur
mr. M.D. Reijneveld
- JCDI
JCDI:ADS675652:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een curator die een faillissement afwikkelt en daarbij persoonsgegevens aantreft, zal zich moeten afvragen wat de mogelijke gevolgen zijn van niet-naleving van de AVG voor de boedel en hemzelf. De AVG kan in faillissement op verschillende manieren worden gehandhaafd. In dit hoofdstuk staan de status in faillissement van geldschulden die voortvloeien uit bestuursrechtelijke handhaving door de AP en privaatrechtelijke handhaving door betrokkenen of andere partijen die schade leiden ten gevolge van een inbreuk op de AVG op basis van artikel 82AVG centraal.
Als een curator zelf tijdens de afwikkeling van het faillissement de AVG overtreedt, kan jegens hem worden gehandhaafd. Geldschulden die voortvloeien uit de handhaving door de AP zijn concurrente boedelschulden, omdat de AP alleen optreedt jegens de curator in hoedanigheid. Een overtreding kan ook tot privaatrechtelijke aansprakelijkheid op grond van de AVG leiden. Iedereen die materiële of immateriële schade leidt ten gevolg van de overtreding, kan bij de curator schadevergoeding vorderen. Omdat de curator een op hem van toepassing zijnde norm overtreedt, is in ieder geval de curator in hoedanigheid aansprakelijk. Onder omstandigheden kan ook sprake zijn van persoonlijke aansprakelijkheid. De bepalingen uit de AVG moeten waarschijnlijk worden gezien als ‘regels’ in de zin van Prakke/Gips. Bij de afwikkeling van het faillissement is de curator gebonden aan de bepalingen uit de AVG. Als hem een persoonlijk verwijt kan worden gemaakt voor de overtreding van de AVG, is de curator ook persoonlijk aansprakelijk jegens de betrokkenen.
Indien de curator een boedel onder zich krijgt waar voor faillissement een overtreding van de AVG plaatsvond die al beëindigd is op het moment van faillietverklaring, kan niet bij de curator of jegens de boedel worden gehandhaafd. Zowel de AP als partijen die schadevergoeding vorderen, dienen zich in dat geval te richten tot de failliet. Eventuele bestaande vorderingen kunnen als concurrente faillissementsvorderingen ter verificatie worden ingediend. De uitkomst lijkt mij in deze beide gevallen logisch. De curator dient slechts voor eigen overtredingen van de AVG aansprakelijk te kunnen worden gehouden, en niet voor overtredingen die in het geheel voor faillissement plaatsvonden.
De situatie waarin een curator een boedel onder zich krijgt met voortdurende AVG-gebreken is complexer. De AP kan in dat geval handhaven bij de curator in hoedanigheid voor de gehele overtreding van de AVG. Geldschulden die voortvloeien uit die handhaving zijn boedelschulden. Voor personen met een civiele schadeclaim geldt dat in principe alleen de schade die is ontstaan vanaf het moment dat de curator verwerkingsverantwoordelijk is, op de curator kan worden verhaald. Als de curator verder gaat met verwerkingen van de failliet, bijvoorbeeld bij de voortzetting van de onderneming, kan hij wel hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gehele schade als onduidelijk is wie de schade heeft veroorzaakt. Voor het deel van de schade dat op de curator kan worden verhaald, is allereerst sprake van een concurrente boedelschuld. Als voldaan is aan de vereisten voor persoonlijke aansprakelijkheid kan de schade ook verhaald worden op de curator pro se. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als een curator bewust een overtreding van de AVG laat voortduren terwijl hij die kan beëindigen en zo schade voorkomen.
Het scenario waarbij sprake is van een voortdurende AVG-overtreding past lastig binnen het faillissementsrechtelijk systeem. Voor publiekrechtelijke handhaving van de AVG kunnen op deze manier overtredingen van voor faillissement leiden tot concurrente boedelvorderingen tijdens het faillissement. Dit sluit aan bij de status van geldschulden die voortvloeien uit de handhaving van milieurecht tijdens faillissement, maar geeft het bestuursorgaan voorrang in faillissement op de andere schuldeisers. Deze voorrang voor bepaalde schuldeisers is nog opmerkelijker in het geval van privaatrechtelijke handhaving. Hier is ook nog sprake van private partijen in plaats van een beschermer van het algemeen belang.