Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor de vastgoedfinancier (R&P nr. VG9) 2019/7.4.2
7.4.2 Alternatief: onderhandse executieverkoop
S.J.L.M. van Bergen, datum 13-11-2018
- Datum
13-11-2018
- Auteur
S.J.L.M. van Bergen
- JCDI
JCDI:ADS624522:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Parl. Gesch. Boek 3 BW, p. 824 (MvA II).
Parl. Gesch. Boek 3 BW, p. 824 (MvA II).
ACM Marktadvies executieveilingen onroerend goed 2013. Ferwerda e.a. 2007.
ACM Marktadvies executieveilingen onroerend goed 2013, p. 1. Zie ook Brounen en De Jong-Tennekes 2012 en Visser 2013, p. 3. De op 1 januari 2015 in werking getreden Wet executieveilingen 2015 zou hierin (enige) verandering moeten brengen.
Zie over oneigenlijke lossing en het arrest HR 15 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4072, JOR 2014/270, m.nt. Faber en Vermunt en een eerdere bijdrage van mijn hand (Van Bergen 2014) alsook Steneker 2014 en Van Velten 2015, p. 732.
Art. 3:268 lid 3 BW; het verzoekschrift kan behalve door een advocaat ook door een notaris worden ingediend.
Art. 3:268 lid 4 BW jo. art. 548 Rv. Zie hierover kritisch Philips 2014.
Het nut hiervan wordt onderschreven door Van Ingen & Jongbloed 2007, p. 38.
Naast openbare verkoop bestaat onder bepaalde omstandigheden de mogelijkheid om het onderpand onderhands te verkopen.1 De mogelijkheid van onderhandse verkoop werd door de wetgever bij invoering van het nieuwe BW in het leven geroepen. Hij had hierbij voornamelijk verkoop van grote gebouwen en gebouwencomplexen op het oog, zo kan uit de parlementaire geschiedenis worden opgemaakt.2 Dergelijke grote objecten, waaruit commercieel vastgoed voor een belangrijk deel bestaat, lenen zich volgens de wetgever niet voor openbare verkoop. Dit zou samenhangen met ‘de grote belangen waarom het daarbij gaat en de daarbij betrokken financieringsproblemen.’3 Daarnaast werd destijds al onderkend dat veilingen steeds minder een geschikt middel zijn om een behoorlijke prijs te verkrijgen. Latere onderzoeken bevestigen dit vermoeden, ook voor minder grote objecten (particuliere woningen).4 Onvolledige informatie bij de koper, de hoge transactiekosten en kartelvorming tussen potentiële kopers worden aangewezen als oorzaken voor een lagere opbrengst bij een openbare executieverkoop.5 In 2011 en 2013 deelde de NMa voor die mededingingsbeperkende afspraken nog boetes uit aan onroerendgoedhandelaren voor in totaal ruim 12 miljoen euro.
De wetgever heeft echter executoriaal onderhands verkopen niet onbegrensd mogelijk willen maken. Hij meende dat de belangen van direct betrokkenen bescherming behoefden. Aldus bevat de wet dwingendrechtelijke voorschriften waaraan een onderhandse verkoop dient te voldoen, wil deze kwalificeren als executieverkoop.6 Het eerder genoemde art. 3:268 lid 5 BW vormt daarvan het sluitstuk. Een onderhandse executieverkoop moet worden ingeleid met een daartoe strekkend verzoek van de executerend hypotheekhouder of de hypotheekgever aan de voorzieningenrechter.7 Bij dat verzoek tot goedkeuring moet de volledige koopakte aan de rechter worden overgelegd, evenals de biedingen die bij de notaris zijn binnengekomen, dan wel diens verklaring dat er geen biedingen zijn ontvangen.8 Deze voorgeschreven gang van zaken betekent dat de hypotheekhouder vaak alsnog gedwongen wordt om eerst het openbare executieverkooptraject te doorlopen.9Art. 544 e.v. Rv zijn van toepassing, dus ook bij onderhandse verkoop moet onder meer de executie worden aangezegd, een notaris worden ingeschakeld en de voorgenomen verkoop openbaar worden gemaakt.10 De financiële afwikkeling van de verkoop vindt op dezelfde manier plaats als hierboven beschreven.