Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland
Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/5.5.3:5.5.3 Enkelvoudig en meervoudig verlof
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/5.5.3
5.5.3 Enkelvoudig en meervoudig verlof
Documentgegevens:
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS500712:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Meervoudig verlof, in de zin van meer soorten beslag, waarom wordt verzocht in hetzelfde rekest, ten laste van dezelfde beoogd beslagene(n), leidt tot een potentieel grotere slagingskans voor de beslaglegger en tot potentieel meer impact voor de beslagene, dan in de situatie van een enkelvoudig beslag. Dergelijke meervoudige verloven kwamen in 2006 iets vaker voor in de situatie dat na beslaglegging een opheffingskortgeding volgde.1 De meest voorkomende meervoudige verloven bestonden uit een combinatie van derdenbeslag onder een financiële instelling, derdenbeslag algemeen en beslag op een onroerende zaak. Bij drie- vier- en vijfvoudig beslag kwamen daar veelal beslag op een roerende zaak en in een aantal gevallen beslag op aandelen bij. Op grond van de gegevens in Amsterdam in 2011 en 2012 is er geen indicatie dat deze omstandigheden zich hebben gewijzigd (tabel 12). Advocaten van beslagenen die een beslag als knellend typeerden,2 bleken dit te doen in gevallen waarin in ieder geval sprake was van een meervoudig beslag. Dit bevestigt het vermoeden van een verband tussen de meervoudigheid van het beslag en de knellendheid hiervan.
2006
Opheffingskortgeding
Geen opheffingskortgeding
Aantal
%
Aantal
%
Enkelvoudig
161
60%
197
74%
Tweevoudig
71
27%
60
22%
Drievoudig
25
9%
9
3%
Viervoudig
5
2%
1
0%
Vijfvoudig
5
2%
0
-
Totaal
267
100%
267
100%
In 2006 was bij de zes rechtbanken waar dossieronderzoek is gedaan de verhouding tussen enkelvoudig en meervoudig beslag 3:1. Voor Amsterdam, de rechtbank waar jaarlijks het grootste aantal beslagverloven wordt afgegeven, was de verhouding tussen enkelvoudig beslag en meervoudig beslag in het jaar 2006 4:1. Het verloop bij rechtbank Amsterdam geeft aan dat over de jaren 2011 en 2012 die verhouding ten opzichte van 2006 iets is gewijzigd in de zin dat het aantal meervoudige beslagen iets afneemt. Dit zou in theorie twee oorzaken kunnen hebben: als eerste zijn de kosten van een beslagrekest voor rechtspersonen per 1 november 2010 gestegen van € 103.- naar € 560,- (een prijsstijging van 540%): het lukraak leggen van beslag op zoveel mogelijk verschillende vermogensbestanddelen wordt daarmee minder aantrekkelijk omdat voor de afzonderlijke soorten van beslag door de gerechtsdeurwaarder betekend moet worden: hoe meer betekeningen, hoe hoger de kosten, welke bovenop de al aanzienlijk hogere kosten van het rekest komen. Een argument dat tegen deze verklaring spreekt is dat voor het verzoek om meervoudig beslag te mogen leggen dezelfde griffierechten zijn verschuldigd als voor een enkelvoudig beslag. De economisch denkende beslaglegger kan er aldus voor kiezen om meervoudig beslag te verzoeken en gefaseerd feitelijk beslag te doen leggen, afhankelijk van de resultaten (het al dan niet doel treffen) van het eerdere beslag. Een andere verklaring zou kunnen zijn dat met ingang van 1 juli 2011 een nieuwe Beslagsyllabus in werking is getreden op grond waarvan door de verzoeker dient te worden gemotiveerd waarom het beslag nodig is: de proportionaliteit en subsidiariteit van het beslag wordt sedertdien meegenomen in de afweging van belangen van de beslaglegger en beslagene. Het is niet ondenkbaar dat een combinatie van de twee hiervoor genoemde factoren tot een bewuster keuze van beslagobjecten bij de beslaglegger heeft geleid. Of dit echter als verklaring kan dienen voor de gemeten vermindering van verzoeken tot meervoudige beslag is de vraag. In januari 2011 werd in Amsterdam minder vaak verlof voor meervoudig verlof verleend dan in januari 2012, terwijl in januari 2011 de gewijzigde Beslagsyllabus nog niet in werking was getreden. Dat is een ontwikkeling die omgekeerd is aan die welke men zou verwachten als inderdaad op basis van gedragsverandering minder verlof voor meervoudig beslag zou worden verzocht. Ik vrees daarom dat de conclusie moet zijn dat het moeilijk is om een verklaring voor de gemeten ontwikkeling in de verhouding enkelvoudig – meervoudig beslag te geven.
2006, 2011, 2012
2006
zes rechtbanken
2006
Amsterdam
2011
Amsterdam
2012
Amsterdam
Aantal
%
Aantal
%
Aantal
%
Aantal
%
Enkelvoudig
197
74%
57
60%
82
79%
35
71%
Tweevoudig
60
22%
36
37%
17
16%
12
24%
Drievoudig
9
3%
2
3%
3
3%
2
4%
Viervoudig
1
0%
0
-
2
2%
0
-
Vijfvoudig
0
-
0
-
0
0
0
-
Totaal
267
100%
95
100%
104
100%
49
100%