De notaris en gelijk oversteken
Einde inhoudsopgave
De notaris en gelijk oversteken (AN nr. 184) 2024/2.3.7:2.3.7 Het willen beschermen van de verkoper tegen schuldeisers van de koper; een illustratie in het Nederlandse privaatrecht
De notaris en gelijk oversteken (AN nr. 184) 2024/2.3.7
2.3.7 Het willen beschermen van de verkoper tegen schuldeisers van de koper; een illustratie in het Nederlandse privaatrecht
Documentgegevens:
mr. T.J. Bos, datum 01-05-2023
- Datum
01-05-2023
- Auteur
mr. T.J. Bos
- JCDI
JCDI:ADS941709:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
H.W. Heyman, S.E. Bartels & V. Tweehuysen, Vastgoedtransacties: overdracht, Den Haag: Boom juridisch 2019, p. 217.
H.W. Heyman, S.E. Bartels & V. Tweehuysen, Vastgoedtransacties: overdracht, Den Haag: Boom juridisch 2019, p. 215.
Zie bijvoorbeeld M.M.G.B. van Drunen, Faillissement en beslag bij vastgoedtransacties (Ars Notariatus 170), Deventer: Wolters Kluwer 2019, p. 56, die een periode van drie dagen voorstaat in dit kader.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook in deze context (de bescherming van de verkoper tegen schuldeisers van de koper die zich, vóór de betaling aan de verkoper, op de koopsom wensen te verhalen) dient een soortgelijke afweging op basis van dezelfde argumenten te worden gemaakt in het Nederlandse recht en/of de Nederlandse privaatrechtelijke doctrine. Heyman, Bartels en Tweehuysen schrijven dat “alle betrokkenen bij een vastgoedtransactie erop [moeten] kunnen vertrouwen dat het geldverkeer niet kan worden doorkruist door schuldeisers via beslag of faillissement”.1 Een uiterst extreme interpretatie van deze zin zou met zich brengen dat een koper die in 2040 vastgoed wenst te verwerven, de koopsom daarvoor reeds in 2023 op de kwaliteitsrekening zou kunnen storten, en dat deze koopsom vervolgens zeventien jaar niet beschikbaar is als verhaalsobject voor schuldeisers van zowel de koper zelf als van de verkoper. Dit menen zij echter niet onverkort, hetgeen blijkt uit hetgeen zij kort daarvoor opmerken: “Naar onze mening gaat de zekerheidsfunctie van de kwaliteitsrekening niet zover dat de koper het gestorte bedrag enkel door de storting niet meer zou kunnen terugvorderen en het eveneens buiten de greep van zijn schuldeisers zou zijn geraakt. De ratio van art. 7:26 lid 3 BW brengt dat niet mee”, maar “Wel zouden wij willen aannemen dat het doel van de bepaling [art. 7:26 lid 3 BW] meebrengt dat de koopprijs uit de macht van de koper geraakt – en terugvordering of verhaal door schuldeisers niet meer mogelijk is – vanaf 00.00 uur van de dag van levering en niet pas op het moment van het tekenen van de akte. Alleen zo bestaat er voldoende zekerheid dat een faillissement van de koper, dat wordt uitgesproken op de dag van levering en terugwerkt tot 00.00 uur van die dag, de betaling niet meer kan frustreren.”2 Dit moment van uit de macht raken – plaatsvindend op 00.00 uur van de dag van levering – is vermoedelijk de heersende leer, al zijn in de literatuur andere opvattingen geopperd over het intreden van dit moment.3