Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/5.3.3.a
5.3.3.a Conversie naar de lex loci protectionis-verwijzing
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS467630:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie alinea 695 hiervoor. Voor het Verdrag van Parijs: 'Het recht van het Unieland voor welks grondgebied de bescherming wordt ingeroepen, is niet alleen van toepassing op de bescherming, op dit grondgebied, van industriële eigendom van nationale origine; het is, binnen het toepassingsgebied van het Verdrag van Parijs, óók van toepassing op de bescherming aldaar van industriële eigendom van vreemde origine.'
Zie par. 5.1.2.
Strikwerda 2008 (Inleiding), p. 29-30.
Vgl. Von Savigny 1849, p. 108: '(...) dass bei jedem Rechtsverhältniss dasjenige Rechtsgebiet aufgesucht wende, welchem dieses Rechtsverhältniss seiner eigenthümlichen Natur nach angehërt oder unterworfen ist (worin dasselbe seinen Sitz hat).' Zie par. 5.1.2.
Het gaat om een bepaald territoir, niet om een bepaalde plaats. Het is daarom beter om niet over de 'locus protectionis' te spreken, maar over het 'territorium protectionis' (zo bijvoorbeeld Kreuzer 1998, p. 2257), en over de 'lex territorii protectionis'. Wij voegen ons in deze studie evenwel naar het gebruikelijke spraakgebruik dat over 'locus' spreekt. Een aantal bijzondere aspecten die verband houden met de 'locus' (zoals de locus sine lege, enz.) komt nog aan bod in par. 5.3.3 onder (b).
Voor het Verdrag van Parijs: 'De bescherming van industriële eigendom wordt beheerst door het recht van het Unieland voor welks grondgebied deze bescherming wordt ingeroepen.'
713. Vatten wij de tot nu toe afgelegde weg kort samen.
714. Stap 1: conflictregel in beginsel van nationale behandeling. Eerst hebben wij vastgesteld dat het beginsel van nationale behandeling in de Berner Conventie en het Verdrag van Parijs behalve het non-discriminatiebeginsel, ook een statutistische conflictregel bevat, te weten (de vervollediging van) het formele-territorialiteitsbeginsel (hoofdstukken 1 tot en met 4).
715. Stap 2: naar materiële-territorialiteitsbeginsel. Vervolgens hebben wij in dit hoofdstuk 5 vastgesteld dat de formele-territorialiteitscomponent van deze conflictregel, die niet meer strookt met onze hedendaagse rechtsopvattingen en rechtspraktijk, onder bepaalde voorwaarden buiten toepassing kan worden gelaten. Zo zijn wij gekomen tot de (te generaliseren) materieel-territoriale conflictregel. Deze conflictregel luidt, toegesneden voor de Berner Conventie:
"Het recht van het Unieland voor welks grondgebied de bescherming wordt ingeroepen, is niet alleen van toepassing op de bescherming, op dit grondgebied, van de rechten van nationale auteurs en/of nationale werken; het is, binnen het toepassingsgebied van de Conventie, óók van toepassing op de bescherming aldaar van werken van vreemde auteurs en/of vreemde werken." 1
716. Stap 3: naar lex loci protectionis-verwijzing. Nu maken wij ons op voor de derde stap: de transformatie van deze materieel-territoriale conflictregel in een Savigniaanse verwijzingsregel. Aldus wordt de conflictregel in het beginsel van nationale behandeling aangepast aan het hedendaagse conflictenrecht.
717. De gegeneraliseerde materieel-territoriale conflictregel in het beginsel van nationale behandeling is immers, zoals al eerder werd opgemerkt, het statutistische equivalent van wat in het Savigniaanse conflictenrechtelijke model de lex loci protectionis-verwijzing is. Grondslag en methode van deze beide conflictregels zijn wel totaal verschillend — dat dienen wij ons te realiseren. Door de conflictregel in het beginsel van nationale behandeling te converteren in een Savigniaanse verwijzingsregel verlaten wij het — toch al achterhaalde — concept van volledige rechteloosheid dat ooit de aanleiding is geweest voor de statutistische conflictregel. Met deze conversie is (het concept van) het rechtsvacuüm uitgebannen, is algemene rechtsbevoegdheid gepostuleerd, en is de Savigniaanse scheiding van conflictenrecht en vreemdelingenrecht voltrokken.2
718. Grondslag en methode van deze beide conflictregels zijn dus totaal verschillend. Maar het gevolg van hun toepassing (dus: het toepasselijk verklaarde recht) is identiek. Wij kunnen de statutistische materieel-territoriale conflictregel dus omzetten in een Savigniaanse lex loci protectionis-verwijzingsregel zonder dat dit tot een ander resultaat leidt. Zo krijgt het intellectuele-eigendomsrecht zijn Savigniaanse conflictregel — losgekoppeld van vreemdelingenrecht, neutraal, indirect en abstract3 — en zijn bijbehorende `Sitz': de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten behoort "seiner eigenthümlichen Natur nach" toe aan het rechtsgebied waarvoor zij wordt ingeroepen (daarin heeft zij haar `Sitz').4 Daarmee is de aanknopingsfactor van de verwijzingsregel dus de locus protectionis, het land voor welks grondgebied de bescherming wordt ingeroepen.5
719. Deze verwijzingsregel kan als volgt worden geformuleerd:
"De bescherming van de rechten der auteurs op hun werken van letterkunde en kunst wordt beheerst door het recht van het Unieland voor welks grondgebied deze bescherming wordt ingeroepen." 6
720. Ziedaar de geboorte van de lex loci protectionis-verwijzing.