NJB 2025/646:Bedrijfstakpensioenfonds. Vervolg op HR 9 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:527. Premievordering. Datum van opeisbaarheid. Verjaring. Hoge Raad: De vordering van een bedrijfstakpensioenfonds op een werkgever tot betaling van de premie over een bepaalde periode is opeisbaar op het tijdstip van betaling dat in het uitvoeringsreglement (binnen wettelijke grenzen) is bepaald. Indien dat tijdstip afhankelijk is van de verzending van een premienota, en die verzending achterwege is gebleven, wordt de vordering voor de toepassing van de verjaringsregeling geacht opeisbaar te worden op het uiterste tijdstip van betaling van de premie, bedoeld in de Pensioenwet. De verjaringstermijn vangt aan op de volgende dag. Indien de werkgever opzettelijk het bestaan van de premievordering of de opeisbaarheid daarvan verborgen heeft gehouden, wordt de verjaringstermijn verlengd. Ook kan een beroep op de verjaringstermijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn.