Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/4.2.4.3
4.2.4.3 Afwijken van juridische aspecten versus taxatietechnische aspecten
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS701894:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een zeldzame uitzondering het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland (Rb. Noord-Nederland 29 december 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:5393) waarin de rechter – anders dan deskundigen – de zogenaamde ‘staffelmethode’ te onnauwkeurig vond en besloot de vergelijkingsmethode te hanteren.
HR 2 mei 1973, ECLI:NL:PHR:1973:AB3514, NJ 1973/498 en recenter HR 2 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1543, NJ 2020/370 en HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:486, NJ 2018/307. Zie ook: Scheltema & Storm 2008, § 6.6.
Rb. Overijssel 8 november 2017, ECLI:NL:RBOVE:2017:4540, r.o. 5.1.2.
Bijvoorbeeld verwoord door A-G Valk (Concl. A-G W.L. Valk, ECLI:NL:HR:2020:1543, bij HR 2 oktober 2020, voetnoot 10).
In het licht van de kennisparadox is het verklaarbaar dat wanneer de onteigeningsrechter afwijkt van het deskundigenadvies, dat voornamelijk ten aanzien van juridische aspecten gebeurt. Aspecten van het advies die tot het (exclusieve) kennisdomein van deskundigen moeten worden gerekend – zoals taxatiemethodiek en -uitvoering – kan de rechter veel minder goed controleren.1
Daarmee hangt samen dat de taxatie door deskundigen deels een, op kennis en ervaring gebaseerd, intuïtief karakter heeft.2 Op ervaring en intuïtie gebaseerde bevindingen zijn slechts beperkt controleerbaar en motiveerbaar. Dat gegeven wordt treffend vervat in een overweging van de rechtbank Overijssel:
“Wat betreft het advies van de deskundigen geldt dat waarderen geen exacte wetenschap is en intuïtie en ervaring vergt, waarbij noch de onteigeningswet noch de daarop gevormde jurisprudentie een bepaalde methode voorschrijft. (…) Volgens vaste rechtspraak is dus een door deskundigen op basis van hun ervaring en inschatting gekozen en toegepaste methode, indien voorzien van een voldoende, deugdelijke en begrijpelijke onderbouwing, acceptabel en bruikbaar.”3
Ik plaats daarbij de kanttekening dat op uitsluitend intuïtie gebaseerde bevindingen – terecht meen ik – aan belang inboeten.4 Dat past binnen een steeds kritisch en mondiger wordende samenleving, waarin veel belang wordt gehecht aan controleerbare bevindingen (zie ook § 5.6.2).