RVR 2011/59
Huur bedrijfsruimte. Beëindigingsvordering. Dringend eigen gebruik. Verliest een opzegging door de verhuurder van bedrijfsruimte haar werking indien de in art. 7:295 lid 2 BW bedoelde vordering wordt ingesteld na het tijdstip waartegen is opgezegd en dient vervolgens aansluiting te worden gezocht bij de regeling van art. 7:230 BW, inhoudende een stilzwijgende verlenging van de huurovereenkomst?
HR 25-03-2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4335 (Cicek/Saleh)
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
25 maart 2011
- Magistraten
Mrs. J.B. Fleers, E.J. Numann, J.C. van Oven, C.A. Streefkerk, C.E. Drion
- Zaaknummer
10/01201
- Conclusie
A-G Strikwerda
- LJN
BP4335
- Roepnaam
Cicek/Saleh
- JCDI
JCDI:ADS125726:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Bijzondere onderwerpen
Huurrecht / Huur van bedrijfsruimte
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2011:BP4335, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 25‑03‑2011
ECLI:NL:PHR:2011:BP4335, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 04‑02‑2011
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑03‑2010
- Wetingang
BW art. 7:230, 295 lid 2
Essentie
Huur bedrijfsruimte. Beëindigingsvordering. Dringend eigen gebruik.
Verliest een opzegging door de verhuurder van bedrijfsruimte haar werking indien de in art. 7:295 lid 2 BW bedoelde vordering wordt ingesteld na het tijdstip waartegen is opgezegd en dient vervolgens aansluiting te worden gezocht bij de regeling van art. 7:230 BW, inhoudende een stilzwijgende verlenging van de huurovereenkomst?
Samenvatting
De verhuurder van bedrijfsruimte in de zin van art. 7:290 BW wenst te komen tot een beëindiging van de huurovereenkomst na de eerste vijfjaarsperiode met als opzeggingsgrond dringend eigen gebruik. De huurovereenkomst had als ingangsdatum 1 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.