Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/13.9.5
13.9.5 Commuun internationaal privaatrecht
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS418026:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
MvT Wetsvoorstel 26 855, nr. 3, p. 39; .
MvT Wetsvoorstel 28 197, nr. 3, p. 52.
MvT Wetsvoorstel 28 197, nr. 3, p. 51 en 52.
MvT Wetsvoorstel 28 863, nr. 3, p. 6. In art. 23 EEX-V° is de bepaling van art. 17 lid 4 Verdrag niet teruggekomen. Art. 8 lid 3 sub a Rv had eenzelfde bepaling als art. 17 lid 4 Verdrag en de wetgever heeft deze bepaling aangepast aan art. 23 EEX-V° door de bepaling in art. 8 Rv te schrappen per 15 oktober 2005.
Art. VII Wetsvoorstel 28 863.
MvT Wetsontwerp 28 197, nr. 3, p. 53.
MvT Wetsontwerp 28 197, nr. 3, p. 53.
Nederlands noch Belgisch commuun internationaal privaatrecht zijn aangepast aan moderne (elektronische) communicatietechnieken, omdat de implementatie van Richtlijn 2000/31/EG geen betrekking heeft op het procesrecht. Voor het Belgische commune internationaal privaatrecht is de elektronische forumkeuze geen probleem, omdat de forumkeuze niet aan een vorm is gebonden.
Art. 8 lid 5 Rv vereist daarentegen een vorm die, gelet op de wetsgeschiedenis, telegrammen, telexen en telefaxen omvat.1 Het ligt mijns inziens voor de hand art. 8 lid 5 Rv ruim uit te leggen en alle elektronische mededelingen die ongewijzigd reproduceerbaar zijn op papier — zoals e-mail — te laten vallen onder het vormvereiste van art. 8 lid 5 Rv en daarmee de ontwikkelingen in de communicatiemiddelen en art. 23 EEX-V° te volgen. De Nederlandse wetgever heeft bovendien door art. 6:227a BW beoogd ook buiten het BW een elektronische overeenkomst gelijk te stellen met een schriftelijke overeenkomst.2 Een elektronische forumkeuze voldoet naar Nederlands commuun internationaal privaatrecht mijns inziens aan de voorwaarden van art. 6:227a BW.3 Gelet op de recente totstandkoming van art. 8 lid 5 Rv is het jammer dat de wetgever zich het voortschrijden van de techniek niet heeft gerealiseerd en — bijv. bij de wijziging van art. 8 Rv door Wetsvoorstel 28 863 — aan art. 8 Rv een bepaling heeft toegevoegd dat een forumkeuze ook duurzaam geregistreerd tot stand kan komen. Het is bovendien niet consequent dat de wetgever art. 8 lid 3 sub a Rv (eenzijdige forumkeuze) wel heeft aanpast aan art. 23 EEX-V°,4 maar art. 8 lid 5 Rv niet op gelijke wijze heeft aangepast aan de moderne middelen van communicatie zoals voorzien in art. 23 lid 2 EEX-V°.5 De enige reden om art. 8 lid 5 Rv niet in lijn te brengen met art. 23 EEX-V°, is dat de wetgever er vanuit gaat dat de elektronische mededelingen onder art. 8 lid 5 Rv vallen of dat de elektronische forumkeuze moet voldoen aan het bepaalde in art. 6:227a BW. Een wetswijziging kan om die redenen achterwege blijven. Dat blijkt echter niet uit de wetsgeschiedenis.
Indien art. 6:227a BW op de vorm van een forumkeuze van toepassing is, dient een elektronische forumkeuze te voldoen aan de vier eisen van deze bepaling. Uit de wetsgeschiedenis blijkt echter dat een elektronische overeenkomst ook rechtsgeldig tot stand kan komen, indien niet aan alle voorwaarden is voldaan.6 Als voorbeeld noemt de Memorie van Toelichting het geval dat de schriftelijkheid uitsluitend is gesteld als bewijsvoorschrift. Dan behoeft de overeenkomst uitsluitend te voldoen aan de eerste twee voorwaarden van art. 6:227 lid 1 BW.7 Aangezien art. 8 lid 5 Rv een bewijsvoorschrift is, zou voor een elektronische forumkeuze art. 6:227 BW soepel moeten worden toegepast op de wijze die de wetgever voorstaat. Aangezien de wetgever forumkeuze niet heeft uitgesloten van het toepassingsbereik van art. 6:227b en c BW, zijn deze artikelen eveneens op de elektronische forumkeuze van art. 8 Rv van toepassing. Een elektronische forumkeuze dient derhalve naar commuun Nederlands internationaal privaatrecht aan strengere eisen te voldoen dan de voorwaarden die art. 23 lid 2 EEX-V° stelt.