Afscheiding van bestanddelen
Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/2.7.2:2.7.2 Een nieuw eigendomsrecht
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/2.7.2
2.7.2 Een nieuw eigendomsrecht
Documentgegevens:
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644765:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Staudinger/Thole (2019) BGB §997 Rn 36; Westermann/Gursky/Eickmann (2011), p. 519.
Staudinger/C Heinze (2020) BGB §951, Rn 75; Staudinger/Thole (2019) BGB §997 Rn 35 & 40.
Staudinger/C Heinze (2020) BGB §951, Rn 75.
Wieling (2007), §12 V 8 C, p. 193; Wolff/Raiser (1957), p. 294-295.
§890 jo §892 ZPO.
Staudinger/Thole (2019) BGB §997 Rn 35.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zo’n toe-eigeningsrecht is expliciet gegeven bij het Wegnahmerecht van §997 BGB, maar komt, als gezegd, aan elke wegneemgerechtigde toe. Dit Aneignungsrecht is afgeleid uit de freie Aneignung. Net als bij de freie Aneignung verkrijgt degene die gerechtigd is om zich de zaak toe te eigenen de eigendom van de zaak op het ogenblik dat hij de zaak in bezit heeft genomen.1 De afscheiding alleen bewerkstelligt immers niet dat iemand anders dan de hoofdeigenaar eigenaar van de zaak wordt.2
De Aneignungsberechtigte wordt eigenaar van het afgescheiden bestanddeel nadat het volledig verwijderd is van hoofdzaak en pas als hij het Eigenbesitz daarvan heeft verkregen.3 Hij verkrijgt een nieuw eigendomsrecht op de zaak. Het toe-eigenen is met andere woorden een originaire wijze van eigendomsverkrijging.4 Daarmee wordt bedoeld dat het recht niet is afgeleid van het eigendomsrecht van de hoofdzaak, maar dat het een oorspronkelijk recht is. Als niet de wegneemgerechtigde de afscheiding realiseert, maar de eigenaar van de hoofdzaak of een derde, dan blijft het Aneignungsrecht bestaan. De eigenaar van de hoofdzaak heeft volgens §258 BGB de verplichting om de afscheiding en de toe-eigening te dulden.5 Werkt hij aan deze verplichting niet mee, dan kan de rechter hem tot medewerking dwingen.6 Is de afgescheiden zaak aan de Aneignungs-gerechtigde overhandigd, dan wordt het Aneignungsrecht door de bezitsverkrijging in een eigendomsrecht getransformeerd.7
Het Aneignungsrecht bewerkstelligt dus een uitzondering op de hoofdregel, die in §953 BGB is opgenomen. Afscheiding op grond van een Wegnahmerecht zorgt voor een breuk met de continuïteitsgedachte.