NJB 2026/418
Achterwege zijn gebleven van vertaling van de dagvaarding, art. 36e lid 3 Sv: nu in casu uit de stukken niet volgt dat aan de in Frankrijk woonachtige verdachte met de Kroatische nationaliteit een vertaling van de dagvaarding in hoger beroep is verstrekt, moet ervan worden uitgegaan dat dit, in strijd met art. 36e lid 3 Sv, niet is gebeurd. Het hof had er blijk van moeten geven dat het heeft onderzocht of er reden was het onderzoek op de terechtzitting te schorsen om dit verzuim te herstellen. Van zo’n onderzoek is niet gebleken.
HR 10-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:219
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 februari 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, T. Kooijmans, T.B. Trotman
- Zaaknummer
24/02328
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:219, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑02‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1312, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 02‑12‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑11‑2024
- Wetingang
(art. 36e Sv)
Essentie
Achterwege zijn gebleven van vertaling van de dagvaarding, art. 36e lid 3 Sv: nu in casu uit de stukken niet volgt dat aan de in Frankrijk woonachtige verdachte met de Kroatische nationaliteit een vertaling van de dagvaarding in hoger beroep is verstrekt, moet ervan worden uitgegaan dat dit, in strijd met art. 36e lid 3 Sv, niet is gebeurd. Het hof had er blijk van moeten geven dat het heeft onderzocht of er reden was het onderzoek op de terechtzitting te schorsen om dit verzuim te herstellen. Van zo’n onderzoek is niet gebleken.