Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor de vastgoedfinancier (R&P nr. VG9) 2019/6.5.5.2
6.5.5.2 Aansprakelijkheid jegens derden
S.J.L.M. van Bergen, datum 13-11-2018
- Datum
13-11-2018
- Auteur
S.J.L.M. van Bergen
- JCDI
JCDI:ADS624991:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Van Rijswijk 1995, p. 21, naar wie Loesberg & Van Ingen 2010 en Stein in GS Vermogensrecht, art. 3:267 BW, aant. 9 (online laatst bijgewerkt op 1 april 2018) verwijzen.
Rb. Noord-Holland 15 augustus 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:8438 (r.o. 2.3).
Art. 6:162 BW.
Zie Chao-Duivis 2009 en Chao-Duivis 2013, par. 6.2. Zij gaat onder meer in op de vraag wie in een bepaald geval aansprakelijk is, de (onder)aannemer of de opdrachtgever (zoals hier de hypotheekhouder).
Zie over aansprakelijkheid voor nalaten Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-II 2017/84 en uitvoerig Van Dam 1995, Tjong Tjin Tai 2007b, Van Andel 2006, 16.
Tot slot rijst de vraag welke aansprakelijkheidsrisico’s een beherend hypotheekhouder loopt ten opzichte van derden. Naar Engels recht is een bezitter van vastgoed gehouden om bepaalde verplichtingen met betrekking tot dat vastgoed na te leven. Bijvoorbeeld als het gaat om brandveiligheids- of milieuvoorschriften.
In de Nederlandse literatuur en rechtspraak worden vergelijkbare risico’s voor de beherend hypotheekhouder aangenomen. Voorbeelden hiervan zijn aansprakelijkheid voor overtreding van milieuvoorschriften1 en aansprakelijkheid jegens de gemeente vanwege aanschrijvingen voor bouwkundige gebreken.2 In een concreet geval zal het van de toepasselijke regelgeving afhankelijk zijn of de hypotheekhouder als beheerder van het vastgoed aan bepaalde voorschriften kan worden gehouden. In dit verband is denkbaar dat de beherend hypotheekhouder bijvoorbeeld als opdrachtgever voor bouw- of sloopwerkzaamheden verantwoordelijk is voor het (doen) aanvragen van de vereiste vergunningen. Of dat voor het verwijderen van asbest de juiste procedure wordt gevolgd. Eventuele boetes en dwangsommen voor het niet naleven van die voorschriften dienen mijns inziens voor rekening van de hypotheekhouder te blijven. Vanwege het hoofdzakelijk publiekrechtelijke karakter van deze regelgeving valt een uitvoerige inventarisatie en beschrijving van de concrete risico’s echter buiten het bereik van dit onderzoek.
Privaatrechtelijk gezien liggen de aansprakelijkheidsrisico’s van een hypotheekhouder vooral in de sfeer van de onrechtmatige daad.3 Bijvoorbeeld wanneer door bouwwerkzaamheden, zoals bij het herstel van een fundering, schade wordt toegebracht aan belendende percelen.4 Ook nalaten kan op grond van onrechtmatige daad aansprakelijkheid van de hypotheekhouder opleveren.5 Indien het vastgoed vanwege de erbarmelijk staat waarin het verkeert een gevaar vormt voor gebruikers of passanten, is verdedigbaar dat de hypotheekhouder als beheerder redelijke maatregelen moet nemen om dat gevaar af te wenden. Doet hij dat niet, dan mag naar mijn mening worden aangenomen dat hij in strijd handelt met de op hem rustende maatschappelijke zorgvuldigheid en dat hij voor ontstane schade kan worden aangesproken.