BNB 2025/33
Kostenverhaal bij opleggen naheffingsaanslag parkeerbelasting. Criminal charge. Verwijtbaarheid van de niet-betaling en passendheid of gebodenheid kostenverhaal
HR 25-10-2024, ECLI:NL:HR:2024:1535, m.nt. G.J.M.E. de Bont
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 oktober 2024
- Magistraten
Mrs. Van Eijsden, Feteris, Wortel, Boerlage, Van der Voort Maarschalk
- Zaaknummer
23/04840
- Conclusie
A-G Pauwels
- Noot
G.J.M.E. de Bont
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS998624:1
- Vakgebied(en)
Belastingen van lagere overheden / Gemeentelijke belastingen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Boete
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1535, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:710, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 28‑06‑2024
- Wetingang
Essentie
Kostenverhaal bij opleggen naheffingsaanslag parkeerbelasting. Criminal charge. Verwijtbaarheid van de niet-betaling en passendheid of gebodenheid kostenverhaal
Samenvatting
Belanghebbende heeft een voertuig geparkeerd op een parkeerplaats in de gemeente. Hem is een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Naar aanleiding van het verweer van belanghebbende heeft de Rechtbank prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld.
HR: De berekening van kosten bij de naheffing van parkeerbelasting is niet aan te merken als een ‘criminal charge’ als bedoeld in art. 6 EVRM (HR, BNB 1996/34*). Van deze bepaling gaat in het Nederlandse nationale recht ook geen reflexwerking uit ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.