Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad
Einde inhoudsopgave
Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad (R&P nr. InsR11) 2019/2.4.3:2.4.3 Kretzschmar/Mendes de Leon en de bestuurlijke taakvervulling
Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad (R&P nr. InsR11) 2019/2.4.3
2.4.3 Kretzschmar/Mendes de Leon en de bestuurlijke taakvervulling
Documentgegevens:
mr. A. Karapetian, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. A. Karapetian
- JCDI
JCDI:ADS349765:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Materieel strafrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van Bekkum gaat een stap verder en bepleit – als ik hem goed begrijp – een exclusieve aansprakelijkheid van de rechtspersoon met betrekking tot gedragingen van de bestuurder die op grond van het Kleuterschool Babbel-criterium toegerekend worden aan de rechtspersoon. Zie Van Bekkum 2013.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het onderscheid tussen de aansprakelijkheid van de bestuurder in het kader van de bestuurlijke taakvervulling en aansprakelijkheid wegens schending van een op hem in een andere hoedanigheid rustende norm komt overeen met de leer die de Hoge Raad in het kader van de bestuurdersaansprakelijkheid volgde voor hij het arrest Kretzschmar/Mendes de Leon wees in 1927. Die leer hield in dat indien het orgaan (lees: de bestuurder) binnen de formele kring van zijn bevoegdheden had gehandeld (lees: in het kader van de bestuurlijke taakvervulling) uitsluitend de rechtspersoon aansprakelijk was voor de daaruit voortvloeiende schade. Het orgaan werd ten aanzien van die handelingen geabsorbeerd door de rechtssubjectiviteit van de rechtspersoon. Uit de besproken rechtspraak blijkt dat de Hoge Raad ook thans een vergelijkbaar onderscheid hanteert: handelen in het kader van de taakvervulling en ander handelen. De aansprakelijkheid bij gedragingen in het kader van de bestuurlijke taakvervulling wordt nu niet categorisch uitgesloten, maar met de aan die conclusie verbonden toepassing van het ‘ernstig verwijt’ wordt wel een beperkte aansprakelijkheid voorgestaan.1 De centrale rol die in de oude leer aan het kader van het handelen werd toegedicht, werd echter afgewezen in het arrest Kretzschmar/Mendes de Leon. Daarin werd geoordeeld dat de leden van het orgaan persoonlijk aansprakelijk zijn uit onrechtmatige daad indien zij ‘geacht kunnen worden persoonlijk een onrechtmatige handeling te hebben gepleegd’. Hiermee werd gebroken met de oude leer door de vraag of de bestuurder had gehandeld in de uitvoering van de bestuurlijke werkzaamheden niet meer centraal te stellen. Het zwaartepunt zou op deze wijze komen te liggen bij de beoordeling van de desbetreffende gedragingen van de bestuurder tegen het licht van de op hem van toepassing zijnde norm. Die norm zou een wettelijk voorschrift kunnen zijn, maar ook een ongeschreven zorgvuldigheidsnorm.