Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/8.9.4
8.9.4 De verhouding tussen de verschillende collectieve schadeacties
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS576401:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Commission Staff Working Paper accompanying the White Paper on Damages actions for breach of the EC antitrust rules, SEC (2008) 404, hoofdstuk 2, § 60.
Kroes 2008a, p. 111.
Tzankova 2005; Kroes 2008a, p. 111.
Commission Staff Working Paper accompanying the White Paper on Damages actions for breach of the EC antitrust rules, SEC (2008) 404, hoofdstuk 2, § 60.
Kroes 2008a, p. 111.
Commission Staff Working Paper accompanying the White Paper on Damages actions for breach of the EC antitrust rules, SEC (2008) 404, hoofdstuk 2, § 61.
De vraag is hoe representatieve collectieve schadeacties door daartoe bevoegde entiteiten enerzijds en collectieve acties tot verkrijging van schadevergoeding met een opt-in mogelijkheid anderzijds zich tot elkaar verhouden. De Commissie ziet ze als aanvullende middelen voor het collectief verhalen van schade.
Schadeacties die door daartoe bevoegde entiteiten worden ingesteld zullen niet altijd alle schendingen van het mededingingsrecht hoeven te behandelen. De daartoe bevoegde entiteiten kunnen volgens de Commissie een prioritering aanbrengen.1 Het is de vraag of er veel ruimte is voor de opt-in collectieve schadeactie indien belangenorganisaties een bepaalde zaak niet willen behandelen. Kroes wijst terecht op het feit dat de keuze om een zaak niet te behandelen veelal de uitkomst zal zijn van een afweging van enerzijds de kans dat een (omvangrijke) schadevergoeding zal worden toegewezen en anderzijds de kosten van de actie.2 Indien die afweging negatief uitvalt, is het onwaarschijnlijk dat vervolgens een opt-in collectieve actie van de grond zal komen. Tenminste één gelaedeerde zal daartoe toch het initiatief moeten nemen. Daar komt bij dat bij strooischade de drempel om mee te doen aan een opt-in collectieve schadeactie hoog ligt, nu de financiële belangen voor de gelaedeerden marginaal zijn.3
Daarnaast is het mogelijk dat er zich binnen de daartoe bevoegde entiteiten belangenconflicten voordoen. Zo wijst de Commissie bijvoorbeeld op de mogelijkheid dat een bepaalde brancheorganisatie of beroepsvereniging leden heeft die het slachtoffer zijn van een mededingingsovertreding terwijl er ook leden zijn die verantwoordelijk zijn voor de schending van het mededingingsrecht en de daardoor veroorzaakte schade.4 Tevens valt te denken aan mogelijke tegenstrijdige belangen van directe afnemers en indirecte afnemers (§ 7.9.5.2). Het is ook mogelijk dat er geen brancheorganisatie of beroepsvereniging bestaat of dat bepaalde gelaedeerden, hoewel ze door een bevoegde entiteit goed zouden kunnen worden vertegenwoordigd, zelf een collectieve actie tot verkrijging van schadevergoeding willen beginnen.
De mogelijke samenloop tussen een procedure van een belangenorganisatie en een opt-in groepsactie is niet duidelijk geregeld. Kroes wijst terecht op het gevaar van tegenstrijdige uitspraken en de positie van de laedens die zich moet verweren tegen verschillende collectieve acties tot verkrijging van schadevergoeding wegens dezelfde mededingingsinbreuk..5 De Commissie stelt met betrekking tot de mogelijke samenloop van representatieve collectieve acties door daartoe bevoegde entiteiten enerzijds en collectieve acties tot verkrijging van schadevergoeding met een opt-in mogelijkheid en individuele acties tot verkrijging van schadevergoeding anderzijds twee zaken voorop. In de eerste plaats mogen individuele gelaedeerden niet worden afgehouden van hun recht om zelf al dan niet een vordering tot verkrijging van schadevergoeding in te stellen.6 Het is dan ook van belang dat de bevoegde entiteiten de gelaedeerden die zij vertegenwoordigen op een juiste manier informeren over de representatieve collectieve actie die zij hebben ingesteld of van plan zijn in te stellen. In de tweede plaats is het niet de bedoeling dat dezelfde schade meerdere malen wordt vergoed door de verschillende (al dan niet collectieve) acties die kunnen worden ingesteld tot verkrijging van schadevergoeding.
Volgens het voorstel in het Witboek kunnen in beperkte gevallen collectieve acties worden ingesteld door daartoe bevoegde entiteiten namens identificeerbare slachtoffers. De slachtoffers hoeven in deze beperkte gevallen dus niet per definitie op voorhand geïdentificeerd te zijn. Op deze manier kunnen opt-out acties alsnog via de achterdeur mogelijk worden. Het hangt van de formulering van de uiteindelijke voorstellen af of dergelijke opt-out acties via een omweg mogelijk worden.