De cyberverzekering vanuit civielrechtelijk perspectief
Einde inhoudsopgave
De cyberverzekering vanuit civielrechtelijk perspectief (O&R nr. 129) 2021/IV.4.2:IV.4.2 Onmiddellijk dreigend gevaar
De cyberverzekering vanuit civielrechtelijk perspectief (O&R nr. 129) 2021/IV.4.2
IV.4.2 Onmiddellijk dreigend gevaar
Documentgegevens:
mr. N.M. Brouwer, datum 01-06-2021
- Datum
01-06-2021
- Auteur
mr. N.M. Brouwer
- JCDI
JCDI:ADS278935:1
- Vakgebied(en)
Informatierecht / ICT
Verzekeringsrecht / Schadeverzekering
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 30 november 2007, NJ 2007/641 (Staedion). Vergelijk ook Asser/Wansink 7-IX 2019/578.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Waar bij de verwezenlijking van het gevaar door middel van incident response de verzekeraar een groot aandeel heeft in de wijze waarop de schade zo goed mogelijk wordt beheerst, is dit in de fase daarvóór, bij een onmiddellijke dreiging van gevaar, aan de verzekerde zelf.
Of sprake is van een onmiddellijk dreigend gevaar, dient de verzekerde naar eigen kennis en inschatting te bepalen. Het gaat erom of de verzekerde in redelijkheid heeft mogen aannemen dat sprake was van een onmiddellijk dreigend gevaar, dat slechts door het treffen van bijzondere maatregelen kan worden weggenomen.1 Er valt niet altijd een scherpe lijn te trekken tussen alledaagse, doorlopende risico’s en een situatie waarin sprake is van een onmiddellijk dreigend gevaar. Gezien de overlap tussen eigen schuld en bereddingsplicht kan dit problematisch zijn; algemene voorzorgsmaatregelen en bijzondere (bereddings)maatregelen lopen dan in elkaar over.
IV.4.2.1 Herkennen van onmiddellijk dreigende digitale gevarenIV.4.2.2 Verhouding tot algemene voorzorgsmaatregelen