De positie van de vennootschap onder firma
Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/3.6.2.3:3.6.2.3 De privécrediteur na ontbinding van de VOF
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/3.6.2.3
3.6.2.3 De privécrediteur na ontbinding van de VOF
Documentgegevens:
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS385835:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 30 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0805, NJ 2002/380.
Art. 3:177 BW ziet zowel op de eenvoudige als op de bijzondere gemeenschap. Zie Lammers, GS Vermogensrecht, art. 3:177 BW, aant. 3 (online, laatst bijgewerkt op 18 december 2013).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ten aanzien van de gehele gemeenschap
Na ontbinding van de VOF maar voor verdeling van de gemeenschap kan een privécrediteur verdeling vorderen van de gehele gemeenschap voor zover dat nodig is voor het verhaal van zijn vordering (art. 3:180 BW), maar niet van de afzonderlijke goederen (art. 3:178 BW). Dit geeft hem een pressiemiddel om de gewezen vennoten te dwingen om mee te werken aan een behoorlijke vereffening en verdeling. Om zich ervan te verzekeren dat hij zich kan verhalen op de goederen die aan zijn schuldenaar worden toegedeeld, kan hij op grond van art. 733 Rv op de tot de gemeenschap behorende goederen beslag leggen, voor zover zij in het bijzonder in aanmerking komen om aan zijn schuldenaar te worden toegedeeld.1 Het beslag vervalt als het goed aan een ander dan aan zijn schuldenaar wordt toegedeeld (art. 733 lid 2 Rv).
Als een gewezen vennoot, gelet op art. 3:191 lid 1 BW, na ontbinding kan beschikken over zijn aandeel in de gemeenschap, dan kunnen zijn privécrediteuren dit aandeel uitwinnen en conservatoir beslag leggen ter voorbereiding van de uitwinning.2
Ten aanzien van een afzonderlijk goed
Een privécrediteur kan met zijn schuldenaar overeenkomen dat hij een recht van pand of hypotheek verkrijgt op het aandeel van de gewezen vennoot in een afzonderlijk goed (art. 3:190 lid 2 BW). De privécrediteur kan níet zonder toestemming van de deelgenoten overgaan tot verkoop zolang het goed onverdeeld is, maar na toedeling en levering van het goed aan zijn schuldenaar, komt het beperkte recht op het gehele goed te rusten (art. 3:177 lid 1 BW3 ). Wordt het goed daarentegen aan een ander toegedeeld en geleverd, dan vervalt het beperkte recht. Om te voorkomen dat een schuldeiser op deze wijze zomaar zijn recht verliest, behoeft verdeling of overdracht na vestiging van zijn beperkte recht zijn medewerking (toestemming is voldoende, art. 3:177 lid 2 BW). Vindt de bezwaring pas plaats na verdeling maar voor levering (het goed bevindt zich dus nog in gemeenschap), dangeldt het medewerkingsvereiste niet.