Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/1.9.2:1.9.2 Onderzoeksvraag
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/1.9.2
1.9.2 Onderzoeksvraag
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS486986:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De onderzoeksvraag die ik probeer te beantwoorden, is of het nemo tenetur-beginsel in Nederlandse punitieve belastingzaken voldoende tot gelding komt. Gelet op wat hiervoor aan de orde kwam, is dit in wezen een vraag naar de verhouding tussen de uitleg en toepassing van het in art. 6 EVRM belichaamde recht tegen gedwongen zelfbelasting door het EHRM enerzijds en de Nederlandse wetgever, rechter en uitvoerder anderzijds, en meer precies of de Nederlandse uitleg en toepassing voldoen aan de minimumwaarborgen die het EVRM stelt.
Voor de beantwoording van deze vraag zijn niet alleen van belang de (waarborg)normen in de Nederlandse rechtsorde, die rechtstreeks uitdrukking geven aan het nemo tenetur-beginsel in punitieve belastingzaken. Gelet op de uitleg en toepassing die het Hof aan het recht tegen gedwongen zelfbelasting geeft, zijn ook van belang de normen die anderszins kunnen bijdragen aan de realisatie van dit recht in punitieve belastingzaken, doordat zij de bewijsgaring bij en het bewijsgebruik tegen verdachte burgers reguleren. Dan kan onder meer worden gedacht aan het recht op bijstand van een raadsman bij verhoor en het rechterlijk toezicht op de bewijsgaring.