Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/3.3.2
3.3.2 De belangrijkste kenmerken van de Curaçaose trust
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717421:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook: MvT Landsverordening trust, Publicatieblad 2011, nr. 67, p. 5.
In casu gaat mijn voorkeur uit naar het gebruik van de woorden ‘trustfonds’ of ‘een afgescheiden geheel van goederen’ in plaats van de vaak voorkomende term ‘afgescheiden vermogen’. Zie voor de achterliggende reden paragraaf 3.3.5.3.
Vgl. ook: R.D. Vriesendorp, ‘Het Nederlandse goederenrecht en het Haagse Trustverdrag’, in: C.D. van Boeschoten & R.D. Vriesendorp, Het Haagse Trustverdrag in Nederlands perspectief/Het Nederlandse goederenrecht en het Haagse Trustverdrag (Preadvies uitgebracht voor de Vereniging voor Burgerlijk Recht 1994), Lelystad: Koninklijke Vermande 1994, p. 49-50; S.C.J.J. Kortmann, ‘Past “de trust” in het Nederlandse recht?’, in: D.J. Hayton e.a. (red.), Vertrouwd met de trust. Trust and trust-like arrangements (serie ondernemingen en recht), Deventer: W.E.J. Tjeenk Willink 1996, p. 182 e.v.
MvT Landsverordening trust, Publicatieblad 2011, nr. 67, p. 4.
Art. 3:127 lid 2 sub b jo. art. 3:139 jo. art. 3:140 lid 1 jo. 3:155 lid 2 BWC; Vgl. ook: art. 2 lid 2 HTV.
Met de invoering van de Landsverordening Trust is tevens een nieuwe bepaling ingevoegd, art. 1:88a BWC, waarin is bepaald dat art. 1:88, eerste lid, onderdelen b tot en met d, niet van toepassing is op rechtshandelingen in hoedanigheid verricht door een trustee. De parlementaire geschiedenis meldt over art. 1:88a BWC het volgende: “Van de toepasselijkheid van artikel 1:88, eerste lid, onderdelen b tot en met d, zijn uitgezonderd rechtshandelingen van een trustee in hoedanigheid verricht. Het trustvermogen vormt immers een afgescheiden vermogen (artikel 3:127, tweede lid, onderdeel a, en artikel 3:155). Wat betreft de echtelijke woning (artikel 1:88, eerste lid, onderdeel a) dient de ‘gezinsbescherming’ echter in beginsel in tact te blijven ook indien de woning tot het trustvermogen behoort. Overigens kan, ingevolge het laatste lid van artikel 1:88, altijd de beslissing van de rechter worden ingeroepen.” Zie hiervoor: M.F. Murray, De Parlementaire Geschiedenis van het Curaçaose Burgerlijk Wetboek: Tekst en toelichting op het Burgerlijk Wetboek, Den Haag: Bju 2016, p. 120. Ik betwijfel het nut van deze wetsbepaling. Zoals de wetgever reeds aangeeft beheert de trustee als zodanig de trustgoederen die een afgescheiden geheel vormen en deze trustgoederen zijn geen onderdeel van het privévermogen van de trustee. Het lijkt mij eerder dat de insteller die een rechtshandeling strekkende tot de instelling van de Curaçaose trust verricht, waarbij hij goederen – waaronder de echtelijke woning of goederen met aanzienlijke waarde – toevertrouwt aan de trustee, toestemming behoeft van zijn echtgenoot. Zie voor een voorgestelde oplossing paragraaf 4.3.15.11.
Voor de trust ter verwezenlijking van een bepaald doel zie paragraaf 3.3.10.
Deze goederenrechtelijke opvorderingsactie komt eveneens toe aan de trustees van de trust. Zie hiervoor: art. 3:156 lid 2 BWC. Het is naar mijn mening echter niet geheel duidelijk waarom precies de Curaçaose wetgever een lex specialis in dit kader voor de trustee heeft willen introduceren ten opzichte van art. 5:2 BWC. Is dat het feit dat de trustee in hoedanigheid van trustee rechthebbende is en geen eigenaar is zoals bedoeld in art. 5:2 BWC? De memorie van toelichting rept hier niets over. Zie in dit kader: MvT Landsverordening trust, Publicatieblad 2011, nr. 67, p. 13.
Evenals de Anglo-Amerikaanse trust, typeert de Curaçaose trust zich door een aantal fundamentele eigenschappen. De Curaçaose wetgever heeft de eigenschappen die van belang zijn voor het bestaan van de trustfiguur, geheel aan het Anglo-Amerikaanse trustrecht en het HTV ontleend.1 Eén van de belangrijkste fundamentele eigenschappen ex artt. 3:127 lid 2, 3:137 lid 1 en 3:155 lid 1 BWC behelst het bestaan van een afgescheiden geheel van goederen.2 Dit impliceert dat de onder trustverband gebrachte goederen geen deel uitmaken van het privévermogen van de trustee en dat zij derhalve niet aangetast kunnen worden door een huwelijk, faillissement, echtscheiding of het overlijden van de trustee.3 Zij strekken evenmin tot verhaal van de persoonlijke schulden van de trustee.4 Het creëren van een afgescheiden geheel van goederen in het trustrecht vormt een belangrijke uitzondering op het fundamenteel uitgangspunt van het Curaçaose verhaalsrecht ex art. 3:276 BWC, dat de crediteur op alle goederen van de debiteur kan verhalen.5
De tweede eigenschap die voortvloeit uit het Curaçaose trustrecht is dat de Curaçaose trust, net als zijn Anglo-Amerikaanse equivalent, niet als een rechtspersoon kan worden aangemerkt.6 Het ontbreken van rechtspersoonlijkheid brengt met zich mee dat alle goederen die onder trustverband zijn geplaatst, geheel toekomen aan de persoon van de trustee in zijn kwaliteit als trustee. De trustee wordt derhalve krachtens art. 3:127 lid 2 BWC als de rechthebbende van de trustgoederen beschouwd en hij is binnen de grenzen van het Curaçaose trustrecht en de in de trustakte neergelegde voorwaarden, volledig beheers- en beschikkingsbevoegd.7/8
Ten slotte bepaalt de strekking van het trustverband – hoewel dit noch in de wettekst op één of andere wijze is opgenomen, noch in de memorie van toelichting is vermeld – de rechtsgevolgen van de werking van de Curaçaose trust en daarmee de verplichtingen, de rechten en de bevoegdheden van de trustee en de (potentiële) begunstigde in relatie tot de trustgoederen. Enerzijds is de trustrechtelijke rechtsverhouding tussen de trustee en de begunstigde verbintenisrechtelijk van aard. Dit houdt in dat de trustee de trustrechtelijke taken die aan hem zijn opgedragen en de bevoegdheden die aan hem zijn verleend, uitsluitend dient uit te voeren c.q. uit te oefenen ten bate en in het beste belang van de (potentiële) begunstigde(n) of ter verwezenlijking van een bepaald doel. Het handelen in strijd met de trustrechtelijke verplichtingen door de trustee, dan wel misbruik c.q. overschrijding van de door de wet of de trustakte aan de trustee verleende bevoegdheden, leidt tot een ‘breach of trust’ – ook wel aangeduid als onbehoorlijk bestuur c.q. beheer – met het gevolg dat de (potentiële) begunstigde9 of de persoon die ter handhaving van de trust optreedt, onder meer nakoming of schadevergoeding in rechte kan vorderen. Anderzijds komt de goederenrechtelijke component van de Curaçaose trust tot uitdrukking in het feit dat – naast het afgescheiden geheel van goederen dat wordt gevormd als gevolg van het trustverband – in beginsel het trustfonds tevens goederen omvat die geacht moeten worden in de plaats van een tot het trustfonds behorend goed te treden, oftewel zaaksvervanging.10 Daarnaast hebben de protector en de begunstigde onder omstandigheden een goederenrechtelijke opvorderingsactie waarbij zij, indien de trustakte niet anders bepaalt en onverminderd de derdenbescherming, de mogelijkheid hebben om de trustgoederen die een trustee in strijd met zijn verplichtingen heeft vervreemd, bezwaard of ingebruikgegeven, van iedere derde terug te vorderen.11/12