Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context
Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/8.3.2.2:8.3.2.2 Aanbevelingen aan de belastingrechter
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/8.3.2.2
8.3.2.2 Aanbevelingen aan de belastingrechter
Documentgegevens:
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661380:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De belastingrechter dient rechtsbescherming te bieden aan burgers die afgaan op tekortschietende voorlichting. Dat vergt een koerswijziging van de Hoge Raad. Bovendien kunnen feitenrechters de Hoge Raad prikkelen door niet zonder meer vast te houden aan staande rechtspraak (rechtseenheid), maar waar nodig (durven) af te wijken om recht te doen in individuele gevallen (rechtsbescherming). Mogelijk kan maatwerk worden geboden in de rechtsgevolgen. Nader onderzoek moet uitwijzen of andere benaderingen dan ‘alles of niets’ juridisch inpasbaar zijn, nu de voordelen van een alternatief reëel genoeg zijn (paragraaf 7.4.2, 7.6.2.l). Verder is een aanbeveling aan de belastingrechter om meer rekening te houden met de (on)mogelijkheden die burgers hebben om bewijs te leveren van de uitingen waaraan zij vertrouwen hebben ontleend (paragraaf 4.4.6). Uit het jurisprudentieonderzoek kwam immers naar voren dat bewijslastproblematiek – zeker bij mondelinge informatie – een struikelblok is in rechtsbescherming. De belastingrechter kan rekening houden met de praktische bewijsmogelijkheden in bijvoorbeeld een redelijke verdeling van de bewijslast en de waardering van het geleverde bewijs. Aan de intentie van de Belastingdienst moet niet op voorhand sterker worden gehecht dan aan de perceptie van de burger, want de kennisasymmetrie levert dan per definitie onevenwichtigheid op.
Het onderzoek toont aan hoe belangrijk het is om bij vertrouwenwekkende uitingen, zoals voorlichting, juridisch bezien rekening te houden met de consequenties van hoe communicatie werkt, zeker tussen burger en overheid. Het vergroten van kennis over communicatie tussen overheid en burger is daarom een aanbeveling aan de belastingrechter.
Uit het onderzoek blijkt dat de kwaliteit van voorlichting in het huidige systeem relatief onttrokken is aan rechterlijke toetsing (gesloten stelsel van rechtsbescherming). De belastingrechter kan, binnen de grenzen van de processtrijd, bij de beoordeling van aan voorlichting ontleende verwachting rekening houden met wat in juridisch opzicht van voorlichting wordt verwacht (kwaliteitstoetsing). De belastingrechter zou er niet als default van moeten uitgaan dat de Belastingdienst ‘goede’ voorlichting heeft gegeven en dat tekortkomingen worden veroorzaakt door een vereenvoudigingsslag. Kritisch moet worden bezien of de voorlichting voldoet aan de vereiste zorgvuldigheid.
Tot slot volgt uit het onderzoek dat voorlichting en de voorlichtende taak juridisch meer erkenning verdient. Dat leidt tot de aanbeveling: herwaardeer voorlichting en de voorlichtende taak. Voorlichting is niet ‘slechts’ voorlichting. Dat doet niet alleen de burger die erop afgaat tekort, maar ook de rechtsstatelijke functie van voorlichting én de Belastingdienst. Aan de eigen ambities van de Belastingdienst bij zijn voorlichtende taak mag de belastingrechter niet voorbijgaan.