V-N 2020/52.7
A-G legt voorwaarden kamerverhuurvrijstelling strikt uit
HR (A-G) 16-09-2020, ECLI:NL:PHR:2020:808, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad (Advocaat-Generaal)
- Datum
16 september 2020
- Zaaknummer
20/01752
- Conclusie
A-G Niessen
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS234743:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Eigen woning
Belastingrecht algemeen (V)
Huurrecht / Huur van woonruimte
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:1741, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑11‑2020
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑11‑2020
ECLI:NL:PHR:2020:808, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 16‑09‑2020
- Wetingang
art. 3.113 en 3.114 Wet IB 2001
Essentie
Hof Den Haag oordeelt dat de verhuurinkomsten van belanghebbende onder de kamerverhuurvrijstelling vallen, ondanks het feit dat de huurders niet zijn ingeschreven in de Basisregistratie Personen.
Samenvatting
X heeft een eigen woning en verhuurt een deel via Airbnb. Voor driemaal een maand en eenmaal twee maanden ontvangt X in totaal € 1629. In geschil is of 70% hiervan is belast als voordelen uit het tijdelijk ter beschikking stellen van de eigen woning (art. 3.113 Wet IB 2001). Volgens Hof Den Haag zijn de inkomsten vrijgesteld vanwege de kamerverhuurvrijstelling (art. 3.114 Wet IB 2001), ondanks dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.