Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/6.2.2
6.2.2 De juridische grondslag van het verhaal in het kader van het groenekaartstelsel
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS394766:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Deze contractuele verplichting om de schade aan de benadeelde uit te betalen namens de verzekeraar of het garanderend Bureau staat naast de verplichting die voortvloeit uit het eigen recht dat (in alle aan het groenekaartstelsel deelnemende landen) aan de benadeelde jegens het Bureau wordt toegekend.
Het garanderend Bureau is zelfstandig debiteur als het aansprakelijke voertuig, hoewel gewoonlijk gestald in een land waarvan het Bureau de Multilateral Agreement heeft ondertekend, onverzekerd blijkt te zijn, dan wel als sprake is van een valse groene kaart.
HvJ EG 12 november 1992, nr. C-73/89 (Fournier/Van Werven e.a.),Jur. 1992 p. 1-05621. Zie ook HvJ EG 6 oktober 1987, nr. C-152/83 (Demouche en Allianz tegen Fonds de garantie automobile en Bureau centra! francais), Jur. 1987, p. 3833.
Zie daaromtrent ook par. 4.5.42 onder c).
Op het eerste gezicht is de grondslag van het verhaalsrecht van het 'regelend' Bureau op het garanderend Bureau helder. Het garanderend Bureau verleent volmacht aan het 'regelend' Bureau om schadegevallen in behandeling te nemen en af te wikkelen. Zie paragraaf 4.5.5.2 onder b) waar de centrale bepaling uit de Agreement between Member Bureaux of the Council of Bureaux reeds werd aangehaald:
(De Bureaus) "hereby grant reciprocal authority to accept service of any judicia! or extra judicia! process likely to lead to the payment of damages or to settle amicably any claim arising out of accidents within the context of the Internet! Regulations."
De met deze clausule in grote lijnen overeenkomende bepaling van art. 2 van de Multilateral Agreement werd besproken in paragraaf 4.5.5.3.
De bevoegdheid tot afwikkelen houdt ook de verplichting in om de benadeelde schadeloos te stellen, als aansprakelijkheid van het bezoekende motorrijtuig blijkt te bestaan. De volmacht van het garanderend Bureau aan het 'regelend' Bureau om de schade met de benadeelde af te wikkelen en de contractuele verplichting om de schade 'voor te schieten' brengt een verhaalsrecht op het garanderend Bureau mee1
In de praktijk zijn de meeste voertuigen verzekerd en wordt het verhaal in eerste instantie niet op het garanderend Bureau uitgeoefend maar op de verzekeraar die de groene kaart heeft uitgegeven, dan wel (indien de Multilateral Agreement van toepassing is) dekking geeft. De Internal Regulations kennen dit rechtstreekse verhaalsrecht op de dekking gevende verzekeraar met zoveel woorden aan het 'regelend' Bureau toe in art. 5 lid 1, dat - voor zover hier van belang - luidt:
"1) When a bureau or the agent it has appointed for the purpose has settled all claims arising out of the same accident it shall send (...) to the member of the bureau which issued the Green Card or policy of insurance or, if appropriate, to the bureau concerned a demand for reimbursement (...)."
Op welke rechtsfiguur is dit verhaalsrecht gebaseerd? De Agreement between Member Bureaux of the Council of Bureaux - de overeenkomst die de verhoudingen regelt als de groene kaart de basis voor de schaderegeling vormt - wordt niet mede namens de leden van de Bureaus gesloten. Zie paragraaf 4.5.5.2 onder b). Voor zover de schade dus op grond van een geldige groene kaart is geregeld kan deze overeenkomst geen grondslag voor het verhaal op de verzekeraar bieden. Anders is dat op het eerste gezicht bij de Multilateral Agreement between member Bureaux, die de basis van de schaderegeling vormt als het aansprakelijke voertuig gewoonlijk is gestald in een der landen waarvan het Bureau deze overeenkomst heeft gesloten. Deze overeenkomst bevat immers wel de clausule dat zij mede namens de leden van de ondertekenende Bureaus wordt gesloten. Zie paragraaf 4.5.53 onder b). Daar is betoogd dat deze toevoeging waarschijnlijk op een vergissing berust en een onbedoeld overblijfsel is uit voorgaande overeenkomsten tussen de Bureaus. In deze interpretatie zou ook de Multilateral Agreement derhalve geen grondslag voor een rechtstreeks verhaal van het 'regelend' Bureau op de dekking gevende verzekeraar bieden. Daar staat echter tegenover dat de expliciete bepaling dat de overeenkomst mede namens de leden van de Bureaus wordt gesloten, moeilijk te negeren is. Ik zou daarom menen dat onder Multilateral Agreement de grondslag voor het verhaalsrecht is gelegen in de expliciete bepaling dat zij mede namens de leden van het garanderend Bureau wordt gesloten.
Dat verklaart echter nog niet op welke grondslag het rechtstreekse verhaalsrecht van het 'regelend' Bureau kan worden gebaseerd als de schade geregeld is onder de Agreement between Member Bureaux of the Council of Bureaux.
Nu de Agreement between Member Bureaux of the Council of Bureaux noch de Internal Regulations een band tussen 'regelend' Bureau en dekking gevende verzekeraar in het leven roepen zullen de statuten van de rechtspersoon die het garanderend Bureau is - doorgaans heeft zij de rechtsvorm van een vereniging naar privaatrecht - erin moeten voorzien dat de leden verplicht zijn het regres-nemende regelend Bureau rechtstreeks te restitueren. Een dergelijke verplichting kan bijvoorbeeld worden afgeleid uit een statutaire bepaling dat de leden van het Bureau gehouden zijn de overeenkomsten na te leven die het Bureau met zijn zusterorganisaties sluit. Daarmee is de cirkel rond: deze overeenkomsten tussen de Bureaus bepalen immers dat de verzekeraar rechtstreeks door het 'regelend' Bureau tot restitutie kan worden aangesproken.
De rechtstreekse regresaanspraak van het 'regelend' Bureau op de verzekeraar is pragmatisch en dient de efficiëntie. Te bedenken is immers dat de uiteindelijke draagplichtige de verzekeraar is die de groene kaart heeft afgegeven. Het garanderend Bureau fungeert slechts en hooguit als tussenschakel en als garant dat de verzekeraar aan zijn restitutieverplichting zal voldoen. Vanuit deze optiek is het slechts praktisch dat het 'regelend' Bureau bij het uitoefenen van zijn verhaalsrecht de tussenschakel van het garanderend Bureau overslaat en als het ware doorgrijpt naar de uiteindelijke draagplichtige partij, de verzekeraar.
De wijze waarop het verhaal wordt uitgeoefend op de verzekeraar en op het garanderend Bureau als garant dan wel als zelfstandig debiteur als de verzekeraar niet kan worden aangesproken, wordt in de Internal Regulations in detail uitgewerkt.2 Deze uitwerking vormt het onderwerp van de volgende paragrafen.
Daaraan voorafgaand dient echter nog te worden opgemerkt dat de materie van het regres tussen de Bureaus onderling niet in de Richtlijn is geregeld. De Richtlijn zwijgt over de regresrechten tussen de Bureaus en laat de regeling daarvan geheel aan de Bureaus zelf over. In het Fournier-arrest van 12 november 1992 overweegt het HvJ van de EU met zoveel woorden naar aanleiding van de uitleg van het begrip 'gewoonlijk gestald' in de Richtlijn en de overeenkomsten tussen de Bureaus:
"22. In zoverre moet erop worden gewezen, dat ook al heeft de verwijzende rechter de prejudiciële vraag gesteld met het oog op de uitlegging van de overeenkomst tussen nationale bureaus, die ten doel heeft te regelen welk bureau uiteindelijk het slachtoffer moet vergoeden, dit argument niet ter zake dienend is, omdat de aanwijzing van het bureau dat voor de schade moet opkomen, zoals in deze overeenkomst geregeld, een niet door de richtlijn bestreken gebied betreft en de in de overeenkomst gebruikte termen bijgevolg niet noodzakelijkerwijs dezelfde betekenis hoeven te hebben als die in de richtlijn.
23. Het staat aan de verwijzende rechter, die bij uitsluiting bevoegd is de overeenkomst tussen nationale bureaus uit te leggen, derhalve vrij aan de daarin voorkomende termen de betekenis te geven die hij geschikt acht, en hij is in zoverre niet gebonden aan de betekenis die aan dezelfde uitdrukking in de richtlijn moet worden gegeven."3
Daarmee erkent het Hof de ruimte die de Bureaus hebben om hun regresrelaties vorm te geven.4 Het verhaal tussen de Bureaus is geheel contractueel van aard.