Einde inhoudsopgave
Transparante en eerlijke verdeling (Meijers-reeks) 2015/12.6.2
12.6.2 Erkenning van het transparantiebeginsel als zelfstandig beginsel
A. Drahmann, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
A. Drahmann
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Widdershoven, JBplus 2012, p. 195-213, m.n. p. 203-204. In Van Wijk/Konijnenbelt & Van Male 2014 (hoofdstuk 7, §2) is voor het eerst het transparantiebeginsel opgenomen in het overzicht van algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waarbij wel wordt opgemerkt dat het aantal uitspraken waarin rechtstreeks wordt getoetst aan een transparantie-eis nog betrekkelijk gering is.
240 Vgl. HR 4 november 2005, NJ 2006/204, m.nt. M.R. Mok.
Prechal 2008, Prechal & De Leeuw 2008, m.n. p. 231 en Widdershoven, Verhoeven e.a. 2007, p. 85-93.
Buijze 2013, p. 153-157
Van Ommeren 2011b, p. 97-107.
Widdershoven, Verhoeven e.a. 2007, p. 85-93.
Prechal 2008 en Prechal & De Leeuw 2008, m.n. p. 241.
De transparantieverplichting zou in het Nederlandse bestuursrecht ook kunnen worden geïntroduceerd door het te erkennen als een (zelfstandig) algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. Het transparantiebeginsel vormt een concretisering van hoe een procedure waarbij schaarse besluiten worden verdeeld, vormgegeven moet worden om de gelijke kansen van alle potentiële aanvragers te borgen.
Bij de bestuursrechter echter lijkt ’enige huiver’ te bestaan om het transparantiebeginsel als zodanig te benoemen.1 Gelet op het aanzienlijke aantal beginselen van behoorlijk bestuur dat al wordt onderscheiden, is de vraag gerechtvaardigd of nog een beginsel echt nodig is of dat kan worden volstaan met de in de vorige paragraaf genoemde beginselen.
Er is echter een aantal argumenten om de transparantieverplichting te erkennen als zelfstandig beginsel (in plaats van bijvoorbeeld via het gelijkheidsbeginsel). Het transparantiebeginsel lijkt een eigen betekenis te hebben die verder gaat dan het gelijkheidsbeginsel. Ten eerste stelt het transparantiebeginsel zelfstandige eisen met betrekking tot de helderheid en duidelijkheid van het document waarin de verdeelregels en -criteria worden opgenomen.2 Ten tweede gaat transparantie aan het gelijkheidsbeginsel vooraf: zonder transparantie is de controle op de naleving van het gelijkheidsbeginsel niet mogelijk. Ten derde dient het transparantiebeginsel een ruimere doelstelling, namelijk dat elk risico van favoritisme en willekeur door het bevoegd gezag wordt uitgebannen.3 Ten vierde heeft het transparantiebeginsel in situaties waar het Unierecht van toepassing is, een zelfstandig effect, los van het gelijkheidsbeginsel, omdat ongeacht wie geschaad wordt door het gebrek aan transparantie, het effect is dat het Europese vrij verkeer wordt belemmerd.4 Erkenning van het transparantiebeginsel zou verder ook passen in een tendens waar gewezen wordt op de verdelende rechtvaardigheid als functie van het algemeen bestuursrecht.5 De diverse doelen die het transparantiebeginsel beoogt te behartigen hebben allemaal dit principe als uitgangspunt. Ten slotte is het grote voordeel van het erkennen van het transparantiebeginsel als zelfstandig beginsel, in plaats van het hanteren van bestaande beginselen als een vehikel voor transparantievereisten, duidelijkheid. Als zelfstandig beginsel kan de samenhang tussen de verschillende verplichtingen worden gearticuleerd6 en ontstaat een nieuw – geïntegreerd – perspectief dat een eigen dynamiek kan ontwikkelen.7