De geschillenregeling ten gronde
Einde inhoudsopgave
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/VIII.2:VIII.2 Aanbevelingen
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/VIII.2
VIII.2 Aanbevelingen
Documentgegevens:
prof.mr. C.D.J. Bulten, datum 28-04-2011
- Datum
28-04-2011
- Auteur
prof.mr. C.D.J. Bulten
- JCDI
JCDI:ADS377340:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ten aanzien van veel onderwerpen van de geschillenregeling is volgens mij verduidelijking of aanpassing van de wettekst vereist. Mijn kritiek vat ik in deze paragraaf samen in een puntsgewijze opsomming van een aantal aanbevelingen. Zij betreffen niet alleen de huidige wettelijke geschillenregeling, maar zien ook op de voorgestelde wijzigingen in het wetsvoorstel Flex-BV, tenzij in de aanbeveling uitdrukkelijk anders is aangegeven. In de syntheses van de hoofdstukken is soms met een tekstvoorstel in de uitwerking van een door mij bepleite wijziging voorzien. De meest verstrekkende aanbevelingen zijn voorzien van een asterisk*.
De geschillenregeling is van toepassing op iedere kapitaalvennootschap waarvan de aandelen niet eenvoudig verhandelbaar zijn op een gereglementeerde markt.
Het vereiste van een statutaire blokkeringsregeling bij een NV vervalt, zodat voor de NV en de Flex-BV dezelfde voorwaarden gelden.
Voor het onduidelijke vereiste van het verbod op bewilligde certificaten bij een NV moet de wet aanknopen bij de regeling over de certificaten bij de Flex-BV (`certificaten met een statutair toegekend vergaderrecht' in plaats van 'met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten').
De norm voor uittreding en uitstoting moet worden veranderd in de volgende: `het zodanig handelen in strijd met de norm van art. 2:8 lid 1 BW dat het aandeelhouderschap in redelijkheid niet langer kan worden geduld of gevergd'.
De uitleg van de uitstotingsnorm hoort niet langer restrictief te zijn. Alle gedragingen, al dan niet in hoedanigheid van aandeelhouder gepleegd, kunnen tot uitstoting leiden.
Het gedrag van de gedaagde aandeelhouder in een uittredingsprocedure behelst een zekere mate van verwijtbaarheid.
De eisende aandeelhouder in een uitstotingsprocedure behoeft niet een derde, maar een tiende van het kapitaal te verschaffen.
De vennootschap mag ook de uitstotingsvordering instellen, indien de norm net zodanig schaden van het belang van de vennootschap') niet wordt aangepast.
De rechter toetst enkel aan de vermogensrechtelijke inkooprestricties, indien de uittredingsvordering tegen de vennootschap wordt ingesteld (art. 343 Wv FlexBV).
De bewilligde certificaathouder krijgt de bevoegdheid om een vordering van de geschillenregeling in te stellen tegen een aandeelhouder of de vennootschap.
De gedwongen overgang van het stemrecht van een stemgerechtigde pandhouder of vruchtgebruiker wordt afgeschaft.
Een eigen regeling die kan leiden tot aandelenoverdracht, gaat altijd voor op de wettelijke geschillenregeling.
Afspraken tussen aandeelhouders die zien op onderdelen van de wettelijke geschillenregeling, worden in een procedure toegepast.
Indien een aandeelhouder niet zijn woonplaats in Nederland heeft, wordt in de statuten van de vennootschap waarin de aandelen worden gehouden, een forumkeuze opgenomen.
Voor de rol van de deskundige in de geschillenregeling wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de gewone regels over de deskundige in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De datum waartegen de aandelen gewaardeerd worden, moet zo dicht mogelijk liggen bij de dag van de feitelijke overdracht. De rechter mag afwijken van deze standaardpeildatum. Er geldt dus het systeem van een flexibele peildatum.
De invloed van de blokkeringsregeling bij de levering en de overdracht vervalt.
De uitspraak van de rechter vormt de grondslag voor de aandelenoverdracht in de zin van art. 3:300 lid 2 BW.
De procedure wordt een verzoekschriftprocedure.
De procedure concentreert zich bij de OK als enige feitelijke instantie.
Art. 997a Rv wordt verplaatst naar de eerste afdeling van titel 8 van boek 2 BW.
De regeling van art. 2:336 lid 4 (jo. 343 lid 1) BW (gehandhaafd na invoering van het wetsvoorstel Flex-BV) vervalt. De rechter kan een schikking beproeven op grond van art. 131 jo. 87 Rv.
De rechter kan in iedere stand van het geding een voorziening ex art. 223 Rv treffen (zie ook art. 338 lid 3 Wv Flex-BV). Art. 2:339 lid 2 BW vervalt.
De overbodige procedure van art. 2:341 lid 7 en 2:343 lid 9 BW (gehandhaafd na de invoering van het wetsvoorstel Flex-BV) vervalt.
De billijke verhoging van art. 343 lid 4 Wv Flex-BV vervalt. In plaats hiervan komt het systeem van de flexibele peildatum.
In de enquêteprocedure kan bij wijze van definitieve voorziening (art. 2:356 BW) de definitieve overdracht van de aandelen worden bevolen. Voor deze voorziening behoren aanvullende procedurele waarborgen te gelden.