De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.6.7.2:4.6.7.2 Toepasselijk recht op de aanspraak tegen het Waarborgfonds Motorverkeer
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.6.7.2
4.6.7.2 Toepasselijk recht op de aanspraak tegen het Waarborgfonds Motorverkeer
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS401862:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hetgeen in paragraaf 4.5.6.2 is opgemerkt over het toepasselijk recht op de aanspraken tegen het Bureau, gaat ook op voor het waarborgfonds: zij wordt - omdat het Haags Verkeersongevallenverdrag geen betrekking heeft op vorderingen tegen openbare waarborgfondsen voor automobielen - althans voor zover het de lidstaten betreft, beheerst door Verordening Rome II. Dat houdt in dat de vordering wordt beheerst door de lex looi delicti. Nu het Waarborgfonds Motorverkeer alleen rechtstreeks door de benadeelde kan worden aangesproken als het ongeval in Nederland plaatsvindt, wordt de vordering tegen het Waarborgfonds in het algemeen beheerst door Nederlands recht. Er is echter ook een casus denkbaar waarin het Waarborgfonds dient op te komen voor ongevallen in andere lidstaten. In dat geval kan op het Waarborgfonds verhaal worden genomen op grond van vreemd recht.
Denk aan de situatie van een ongeval dat door een gewoonlijk in Nederland gestald, onverzekerd voertuig is veroorzaakt in een andere lidstaat en waarbij een inwoner van een derde lidstaat schade heeft geleden, waarna deze benadeelde zich wendt tot het schadevergoedingsorgaan van de lidstaat van zijn woonplaats. In dat geval kan het schadevergoedingsorgaan van de lidstaat van de woonplaats van benadeelde zich verhalen op het schadevergoedingsorgaan van de lidstaat waar het - niet-verzekerde - aansprakelijke voertuig gewoonlijk is gestald. Zie nader paragraaf 5.63.2.
Ook kan worden gedacht aan het door een op grond van art. 5 lid 2 van de Richtlijn van de verzekeringsplicht vrijgesteld voertuig, in een andere lidstaat veroorzaakte ongeval. Het waarborgfonds van de lidstaat van het ongeval kan in een dergelijk geval ook verhaal nemen op het waarborgfonds van de lidstaat waar het vrijgestelde voertuig gewoonlijk is gestald.