Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/447
447 Het sprookje van Walt Disney
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS372674:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Ovitz was totaal ondersteboven van het nieuws dat zijn goede vriend en tweede man bij CAA, Ron Meyer, wel de overstap maakte naar MCA.
De eerste tranche bestaat uit drie miljoen opties die in gelijke delen zouden vesten in het derde, vierde en vijfde jaar. Als de waarde van deze opties niet minimaal $50 miljoen zouden bedragen, dan zou Disney het verschil aan Ovitz doen toekomen. De tweede tranche bestond uit twee miljoen opties die direct zouden vesten wanneer Disney en Ovitz kozen voor het verlengen van het contract. De gegarandeerde $50 miljoen wordt na het sluiten van de voorlopige overeenkomst aangepast met als gevolg een verlaging van de uitoefenprijs van 115% naar 100% voor de opties van de tweede tranche, een vergoeding van $10 miljoen als het contract niet zou worden verlengd, een verlengingsmogelijkheid van vijf jaar, een basissalaris van $1.25 miljoen, dezelfde bonusstructuur als de eerste vijf jaar van het contract en een toekenning van drie miljoen extra opties.
Deze ‘non fault payment’ bestond uit de rest van zijn salaris, $7.5 miljoen per jaar vanwege gemiste bonussen, directe vesting van zijn eerste tranche aan opties en $10 miljoen in contanten voor de tweede tranche aan opties.
Graef Crystal was één van de beloningsconsultants die berekende dat Ovitz op basis van dit bezoldigingspakket $24.1 miljoen per jaar voor de komende vijf jaar zou verdienen (in de buurt van zijn huidige inkomsten).
De remuneratiecommissie besluit in een één uur durende vergadering over allerlei onderwerpen, waaronder het bezoldigingspakket van Ovitz. De beloningsconsultant was niet bij de vergadering aanwezig. Het nieuws van het toetreden van Ovitz wordt overigens positief ontvangen door de markt. De aandelenkoers van Disney stijgt met 4.4%, hetgeen correspondeert met een toegenomen marktkapitalisatie van 1 miljard.
Ter verdediging stelt Ovitz dat hij te weinig ruimte krijgt van Eisner die een te dominante positie bekleedt binnen Disney.
Opmerkelijk is overigens dat op 25 november 1996 de termijn van Ovitz wordt verlengd met drie jaar, en wel op een moment dat de rest van de board of directors weet dat Ovitz ontslagen zal worden.
De overige directors hebben overigens nooit officieel in een vergadering ingestemd met het ontslag noch met de voorwaarden.
De meest opzienbarende rechtszaak over de bezoldiging van bestuurders in de Verenigde Staten sinds het nieuwe millennium is de Walt Disney-zaak. In 1994 overlijdt de President en Chief Operating Officer van Disney, Frank Wells, bij een helikopterongeluk. In diezelfde periode wordt bij Disney’s Chairman en Chief Executive Officer, Michael Eisner, een hartkwaal ontdekt, waardoor besloten wordt op korte termijn op zoek te gaan naar een waardige vervanger van Wells. Deze vervanger wordt gevonden in één van de meest machtige figuren in Hollywood en al 25 jaar een goede vriend van Eisner, Michael Ovitz, mede-oprichter en bestuurder van Creative Artist Agency (‘CAA’). Ovitz is in 1995 in gesprek om CAA te verruilen voor Music Corporation of America (‘MCA’), als Eisner hem benadert. Wanneer de onderhandelingen tussen Ovitz en MCA op niets uitlopen, besluit Ovitz in onderhandeling te treden met Eisner en Irwin Russel, een director en voorzitter van de remuneratiecommissie van Disney.1
In de zomer van 1995 bereiken Irwin Russel en Ovitz een akkoord op hoofdlijnen. Overeengekomen wordt dat Ovitz een contract zou krijgen van vijf jaar. Op basis van dat contract zouden aan hem in twee tranches opties worden verleend.2 In zijn huidige functie verdient Ovitz een riant inkomen – naar eigen zeggen tussen de 20 en 25 miljoen dollar per jaar – op grond van zijn 55% aandeelhouderschap in CAA. Ovitz maakt vanaf het begin duidelijk dat hij deze inkomsten niet op zou geven zonder enige ’downside protection’. Besloten wordt om een voortijdige beëindiging van de kant van één van beide te bestraffen. Vertrekt Ovitz voortijdig, dan doet hij daarmee automatisch afstand van zijn toekomstige rechten onder het contract. Ontslaat Disney Ovitz anders dan wegens ’gross negligence or malfeasance’ dan heeft Ovitz recht op een ’non fault payment’.3
Als de hoofdlijnen worden onderworpen aan een onderzoek door een beloningsconsultant blijkt dat op basis van het voorgestelde beloningspakket de vaste bezoldiging van Ovitz zich op het hoogste niveau bevindt van enig corporate officer en significant boven dat van de CEO van Disney. Daarnaast gaan de toegekende optieregelingen de standaarden van Disney en ’Corporate America’ ver te boven. Russel legt deze bevindingen (alleen) voor aan Eisner en Ovitz en wijst erop dat het bezoldigingspakket ‘would raise strong criticism’.4 Terwijl Russel, Watson (een ander lid van de remuneratiecommissie) en Graef Crystal (de beloningsconsultant) bezig zijn met een nadere analyse van het voorlopig contract, sluit Eisner zelfstandig de overeenkomst met Ovitz onder de opschortende voorwaarde dat de remuneratiecommissie en de board of directors goedkeuring verlenen.5 Deze goedkeuring wordt vervolgens verkregen.6
Niet lang na zijn aantreden wordt duidelijk dat Ovitz niet aan de verwachtingen voldoet. Hij heeft moeite om zich aan te passen aan de bedrijfscultuur, kan niet goed overweg met zijn collegae en presteert onder de maat.7 Eisner tracht Ovitz te bewegen over te stappen naar Sony, maar die onderhandelingen lopen op niets uit. Wanneer vervolgens wordt aangestuurd op een vertrek, komt de vraag voor te liggen of Ovitz kan worden ontslagen ‘for cause’. De General Counsel Litvack stelt zich op het standpunt dat ontslag wegens grove nalatigheid niet mogelijk is, een standpunt dat door Eisner wordt overgenomen.8 Eisner bereikt uiteindelijk zelfstandig overeenstemming met Ovitz over diens vertrek, waarbij wordt besloten dat Ovitz wordt ontslagen ’without cause’ en dat beide partijen op een respectvolle manier uit elkaar gaan.9 Na veertien maanden eindigt het mislukte avontuur van Ovitz bij Disney met een vertrekvergoeding van ongeveer $130 miljoen.