Einde inhoudsopgave
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/7.5.1
7.5.1 Het gelijkheidsbeginsel en zijn (beperkte) betekenis voor de regulering van informatierechten van aandeelhouders
mr. P.L. Hezer, datum 27-05-2024
- Datum
27-05-2024
- Auteur
mr. P.L. Hezer
- JCDI
JCDI:ADS972027:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie onder meer Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019, nr. 6 onder (c); Deraedt 2001, p. 167; Schoenmaker-Tijsseling 2011, p. 88.
Zie Maschaupt & Storm 1978, p. 244.
Zie de Wet van 15 mei 1981 tot aanpassing van de wetgeving aan de tweede richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen inzake het vennootschapsrecht (Stb. 1981, 332), artikel I, sub J.
Zie de Wet van 12 december 1985, houdende nieuwe regeling voor het kapitaal van de besloten vennootschap (Stb. 1985, 656), artikel I onder I. Hiermee is geen inhoudelijke wijziging beoogd ten op zichte van de NV-regeling (vgl. Kamerstukken II 1980/1981, 16 551, nr. 3 (MvT), p. 6).
Dit betrof, kort samengevat, de inbreng op aandelen, uitkeringen op aandelen en terugvordering daarvan, verkrijging van eigen aandelen, kapitaalsverhoging en -vermindering en het voorkeursrecht bij de uitgifte van aandelen. Zie hierover ook Maschaupt & Storm p. 244-245.
Zie Kamerstukken II 1978/1979, 15 304, nr. 3 (MvT), p. 10.
Zie ook Van Schilfgaarde 1998, p. 22.
Ik merk nog op dat het gelijkheidsbeginsel van artikel 65 van Richtlijn 2001/34, dat van toepassing is op beursvennootschappen, een vergelijkbare strekking heeft als artikel 2:92/201 lid 2 BW.
Vgl. Van Schilfgaarde 1998, p. 22.
Zie in het kader van selectieve informatieverstrekking Assink/Slagter 2013, p. 544 en de verwijzingen aldaar. Zie voor een voorbeeld uit de rechtspraak Rb. Amsterdam 4 september 2002, JOR 2002/176 (Walmaro/Uni-Invest).
Afsluitend wil ik in dit verband nog kort stilstaan bij het zogeheten gelijkheidsbeginsel, op grond waarvan aandeelhouders en certificaathouders in gelijke omstandigheden op gelijke wijze dienen te worden behandeld.1 Het gelijkheidsbeginsel is dwingendrechtelijk opgenomen in artikel 2:92/201 lid 2 BW. Deze bepaling kent een Europeesrechtelijke oorsprong die is terug te leiden tot artikel 42 van de Tweede Richtlijn:
Voor de toepassing van deze richtlijn waarborgen de wetgevingen van de Lid-Staten een gelijke behandeling van aandeelhouders die zich in identieke omstandigheden bevinden.
Een dergelijk gelijkheidsbeginsel werd ten tijde van de totstandkoming van de Tweede Richtlijn reeds in alle lidstaten aangenomen, maar was nergens in de wet vastgelegd.2 Artikel 2:92 lid 2 BW is ingevoerd bij de implementatie van de Tweede Richtlijn;3 artikel 2:201 lid 2 BW zou kort daarop volgen.4
Opvallend is dat het gelijkheidsbeginsel onder de Tweede Richtlijn beperkt was tot de onderwerpen geregeld in die Richtlijn.5 Informatierechten van aandeelhouders zouden daar niet onder vallen. Een dergelijke beperking volgt echter niet uit de Nederlandse wettekst. De Nederlandse wetgever overwoog bij de invoering van artikel 2:92 lid 2 BW dat het gelijkheidsbeginsel “na verwant [is] aan het vereiste van de goede trouw in de verhouding tussen een rechtspersoon en haar aandeelhouders”.6 Dit kan de brede reikwijdte van artikel 2:92/201 lid 2 BW verklaren. Het gelijkheidsbeginsel is te beschouwen als een uitvloeisel van de redelijkheid en billijkheid.7 Voor zover dit beginsel niet volgt uit de toepasselijke Europese richtlijn,8 volgt dit wel uit de redelijkheid en billijkheid.9
In de Nederlandse doctrine lijkt in ieder geval algemeen te worden aangenomen dat het gelijkheidsbeginsel ook geldt ten aanzien van de informatierechten van aandeelhouders.10 Ongelijke informatieverstrekking kan onder omstandigheden in strijd zijn met het gelijkheidsbeginsel, en daarmee ontoelaatbaar. Bij de regulering van informatierechten zal hier derhalve rekening mee moeten worden gehouden. Om die reden zal ik hierna stilstaan bij enkele aspecten van het gelijkheidsbeginsel bij de regulering van informatierechten van aandeelhouders, waarbij ik overigens ook enige nuanceringen plaats.
Ik meen dat in de meeste gevallen, en zeker in besloten verhoudingen, bij de regulering van informatierechten van aandeelhouders slechts een beperkte rol toekomt aan het gelijkheidsbeginsel. Uit de rechtspraak volgt bijvoorbeeld dat het informatierecht buiten vergadering veelal juist dient om een informatieasymmetrie ten aanzien van een gegeven onderwerp op te heffen. Vrijwel steeds is sprake van twee groepen aandeelhouders – bijvoorbeeld een controlerende meerderheid en een niet in het bestuur vertegenwoordigde minderheid – waarbij één kamp reeds toegang heeft tot de relevante informatie en het andere kamp niet.