NJ 2026/104
Vervolging na eerdere kennisgeving van niet verdere vervolging; geen grond om volwassenenstrafrecht niet toe te passen.
HR 17-06-2025, ECLI:NL:HR:2025:888, m.nt. J.M. Reijntjes
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 juni 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, R. Kuiper
- Zaaknummer
22/03507
- Conclusie
plv. A-G mr. M.E. van Wees
- Noot
J.M. Reijntjes
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD52525:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Jeugdstrafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:888, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑06‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:414, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 08‑04‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 15‑03‑2024
- Wetingang
Essentie
1. Hof kon oordelen dat is gebleken van nieuwe bezwaren op grond waarvan verdachte opnieuw kan worden vervolgd na eerdere kennisgeving van niet verdere vervolging. 2. Hof kon oordelen dat er geen grond is om af te wijken van de hoofdregel dat het volwassenenstrafrecht moet worden toegepast.
Samenvatting
1. Art. 255 Sv strekt tot waarborg dat de verdachte, van wiens verdere vervolging eerder is afgezien, niet lichtvaardig op grond van nieuwe bezwaren opnieuw onderwerp wordt van opsporingsonderzoek of lichtvaardig alsnog wordt gedagvaard. Daarom moet eerst de rechter-commissaris een machtiging verlenen om naar de nieuwe bezwaren een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.