Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/2.2.1
2.2.1 De totstandkoming van de richtlijn
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS493622:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Resolutie (76) 47. Hierin wordt reeds verwezen naar de verstoring van de balans tussen rechten en plichten. Ook de afwijking van dwingend recht wordt als een grond van oneerlijkheid genoemd. Vooropgesteld werd dat contractsbedingen begrijpelijk moesten worden opgesteld en duidelijk moesten worden gepresenteerd.
Vgl. de Resoluties van de Raad van 1975 (PbEG 1975 C 92), 1981 (PbEG 1981 C 133) en 1986 (PbEG 1986 C 167) evenals de Resolutie van het Europese Parlement van 1986 (PbEG 1986, C 68).
Jongeneel 1993, p. 117-118; Tenreiro 1995.
De Commissie wilde alle contractsvoorwaarden onder het toepassingsbereik van de richtlijn laten vallen: Tenreiro 1995, p. 276.
De lijst heeft haar oorspronkelijk voorgestelde zwarte karakter tijdens de totstandkoming van de richtlijn verloren.
14. In de jaren zeventig bracht de Raad van Europa een resolutie uit waarin lidstaten werden aangespoord om consumenten tegen oneerlijke contractsvoorwaarden te beschermen.1 In dezelfde periode zijn binnen de EEG ook de eerste stappen gezet in de richting van de richtlijn.2 Het eerste voorstel voor een Richtlijn OB dateert van 24 juni 1990 (PbEG 1990, C 243/2). Halverwege 1992 verscheen een tweede (COM (92) 66 def) en in 1993 een derde gewijzigde versie van het voorstel (COM (93) 11 def). Het derde voorstel stond op de agenda van de Consumentenraad van 2 maart 1993 en werd op 5 april van dat jaar aangenomen.3 Er bestond onder meer onenigheid over het onderhandelingscriterium4 en het indicatieve karakter van de lijst van verdachte bedingen.5 Ook de formulering van de open norm is in de loop van het proces gewijzigd.