Einde inhoudsopgave
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/6.1.1
6.1.1 De drie typen rechtvaardigheid vergeleken
Janneke van der Linden, datum 14-04-2010
- Datum
14-04-2010
- Auteur
Janneke van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS366650:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De drie schalen van rechtvaardigheid worden opgevat als linialen. Dat betekent dat er vanuit gegaan wordt dat een score van 4 op de ene schaal hetzelfde betekent als een score van 4 op de andere twee schalen waardoor de gemiddelde scores op de drie typen rechtvaardigheid met elkaar vergeleken kunnen worden. Het is aannemelijk dat de respondenten de schalen ook zo geïnterpreteerd hebben aangezien alle stellingen van de drie typen rechtvaardigheid recht onder elkaar stonden met dezelfde antwoordmogelijkheden (vijfpuntsschaal).
In paragraaf 2.2 is reeds besproken op welke manier de drie typen rechtvaardigheid in dit onderzoek zijn gemeten (tabel 4). De partijen en advocaten vinden de onderzochte zittingen in het algemeen behoorlijk rechtvaardig (tabel 61). De gemiddelde scores op alle typen rechtvaardigheid schommelen immers rond de vier (`eens’). Bij vergelijking van de gemiddelden op de drie typen rechtvaardigheid1 is duidelijk dat zowel partijen als advocaten het meest positief zijn over de manier waarop de rechter hen behandelde (interpersoonlijke rechtvaardigheid) en daarna over de totale procedure tijdens de zitting (procedurele rechtvaardigheid). Beide groepen zijn het minst positief over de uitleg en informatie van de rechter over de zitting (informatieve rechtvaardigheid). Dit sluit aan bij de bevindingen in hoofdstuk 3. Daarin kwam naar voren, dat er voorafgaand aan de zitting weinig instructie in het tussenvonnis plaatsvindt (paragraaf 3.1) en dat de rechters weinig informatie en uitleg geven aan het begin van de zitting (paragraaf 3.4).
Partijen
Advocaten
M
SD
M
SD
Procedurele rechtvaardigheid
3.98
.56
4.14
.56
Interpersoonlijke rechtvaardigheid
4.23
.56
4.32
.49
Informatieve rechtvaardigheid
3.78
.48
3.88
.48
Er is tot op heden maar weinig vergelijkingsmateriaal van ander onderzoek beschikbaar. Het enige onderzoek waarvan de gemiddelde rechtvaardigheidspercepties en standaarddeviaties bekend zijn, is het onderzoek van Colquitt en Shaw (2005). Deze onderzoekers hebben bij andere wetenschappers de data van in totaal 16 onafhankelijke steekproeven uit laboratorium- en veldsettings opgevraagd en deze gecombineerd tot één dataset, om vervolgens de gemiddelden uit te rekenen (tabel 62). Zij hebben daarbij geen onderscheid gemaakt tussen de percepties van verschillende categorieën deelnemers omdat alle 16 steekproeven zijn uitgevoerd (bij procedures) binnen bedrijven. De (gemiddeld) ervaren procedurele, interpersoonlijke en informatieve rechtvaardigheid bij de comparitie na antwoord is hoger dan bij de steekproeven van Colquitt en Shaw (2005). Vanuit dat perspectief stellen deze eerste scores, in ieder geval gemiddeld, niet teleur. De vraag is daarbij wel wat daarvan de waarde is, aangezien Colquitt en Shaw (2005) in hun studie niet helder maken hoe die procedures van die 16 steekproeven er precies uitzien en of er tussen die 16 steekproeven nog verschillen in percepties bestaan.
M
SD
Distributieve rechtvaardigheid
3.20
1.15
Procedurele rechtvaardigheid
3.09
.86
Interpersoonlijke rechtvaardigheid
4.07
1.00
Informatieve rechtvaardigheid
3.56
1.04