BNB 2025/129
Werkelijk rendement Box 3. Ongerealiseerde waardevermeerdering. Heffingvrij vermogen
HR 03-10-2025, ECLI:NL:HR:2025:1475
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 oktober 2025
- Magistraten
Mrs. Boerlage, Van der Voort Maarschalk, Van Roij
- Zaaknummer
24/00617
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Vermogensrendementsheffing (box 3)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1475, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑10‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 03‑10‑2025
- Wetingang
Art. 5.2 Wet IB 2001
Essentie
Werkelijk rendement Box 3. Ongerealiseerde waardevermeerdering. Heffingvrij vermogen
Samenvatting
Op 1 januari 2018 had erflaatster bank- en spaartegoeden en een goudbaar. De Rechtbank heeft haar belastbaar inkomen uit sparen en beleggen over 2018 berekend op basis van het werkelijke rendement, uitgaande van een gerealiseerde waardevermeerdering van het spaargeld en een ongerealiseerde waardevermeerdering van de goudbaar. Het Hof heeft de ongerealiseerde waardevermeerdering buiten beschouwing gelaten. Rechtbank en Hof hebben rekening gehouden met het heffingvrije vermogen.
HR: Het Hof heeft een te beperkte uitleg gegeven aan het begrip werkelijk behaald rendement, aangezien daartoe ook ongerealiseerde waardeveranderingen moeten worden gerekend. Ook ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.